Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heraut - (aankondiger)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

heraut zn. ‘aankondiger’
Mnl. heraut ‘verkondiger’ in een eraut ... beriep enen tornoy groet ‘een omroeper kondigde een groot toernooi aan’ [ca. 1350; MNW beroepen], heraut ‘aankondiger’ [1470; MNW ongerust]; vnnl. heraut ‘aanzegger’ [1567; WNT aanbieden].
Ontleend aan Frans héraut ‘verkondiger’ [hyraut 1176-81; Rey], uit ouder *heralt, vergelijk middeleeuws Latijn heraldus [13e eeuw]. Dit is zelf een Germaans leenwoord, uit Frankisch *hariwald, gevormd uit pgm. *harja- ‘leger’, zie → heer 2, en de stam van pgm. *waldan- ‘heersen’, zie → geweld. De oorspr. betekenis moet dus ongeveer ‘legeraanvoerder’ zijn geweest; het is hetzelfde woord als Chariowalda, de naam van een door Tacitus genoemde Bataafse vorst. In het Nederlandse taalgebied hieruit met de verschuiving -old > -oud (zie → koud) de persoonsnaam Haroud, bijv. Haroudus [12e eeuw; GN, 46], (Aernoud de Tuc dit) Harout [Debrabandere 1970, 178], Daneel Harout [1419; Debrabandere 1958, 61].
Persoonsnamen die op dezelfde samenstelling teruggaan: os. Heriold, oe. Hereweald (ne. Harold), Oudnoords Haraldr (modern Scandinavisch Harald). Met de betekenis ‘aankondiger’ aan het Frans ontleend: nhd. Herold, ne. herald.
Al in de Oudfranse tijd waren herauten geen legeraanvoerders meer, de heraut trad op als openbare aankondiger bij toernooien en plechtige of feestelijke gelegenheden. Nu wordt het woord alleen als historische term gebruikt en soms nog als algemeen ‘aankondiger’. Zie ook → heraldiek.
Lit.: F. Debrabandere (1958), Kortrijkse persoonsnamen omstreeks 1400, Handzame; F. Debrabandere (1970), Studie van de persoonsnamen in de Kasselrij Kortrijk 1350-1400, Tongeren

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heraut [aanroeper] {heraut, hera(u)lt [wapenkoning] 1340-1350} < oudfrans heralt, middeleeuws latijn heraldus, uit het germ., van een eerste lid met de betekenis ‘leger’, vgl. heer2, heir + een tweede lid met de betekenis ‘heersen’, vgl. oudhoogduits waltan, middelnederlands wouden (vgl. geweld).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heraut znw. m., mnl. heraut, eraut, yraut ‘heraut, gezant, opzichter bij de toernooien’ < ofra. heralt (nfra. héraut) < frankisch *heriwald ‘die over een leger gebiedt’ (vgl. de naam van de Bataaf Chariovalda). — Daar het fra. woord eerst in de 12-13de eeuw optreedt, is ook te denken aan een ontlening < ohd. heriwalto.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

heraut znw., mnl. heraut, eraut, yraut, -out(d) m. “heraut, gezant, opzichter bij toernooien e.dgl.”. Evenals laat-mhd. heralt (nhd. herold) m. “id.”, eng. herald “heraut” uit ofr. heralt (fr. héraut), dat weer op ohd. heriwalto m. “leger-bestuurder” (os. Heriold m. eigennaam) teruggaat.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

heraut (Oudfrans heralt)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

heraut aanroeper 1340-1350 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut