Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heng - ((deur)hengsel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heng* [(deur)hengsel] {hengen(e), hingen(e) [hengsel, haak, hengel] 1287} van hangen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heng znw. v. ‘deurhengsel’, eerst bij Kiliaen henghe, mnd. henge, henk ‘haak om iets op te hangen’, me. henge (ne. hinge) ‘deurscharnier’. — Indien niet rechtstreeks gevormd bij het ww. hangen, kan het ontstaan zijn uit mnl. henghene, henghen, hinghene, hinghen ‘haak, hengsel, hengel’, os. henginna ‘het ophangen’, oe. hengen ‘het ophangen, galg, gevangenschap’. Kiliaen stelt in elk geval de woorden henghe en henghene aan elkaar gelijk.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

heng (deurhengsel). Kil. henghe. Zou een germ. *χaŋʒiô(n)- kunnen zijn, evenzoo ook mnd. henge, henk v. “haak om iets aan te hangen of bij vast te pakken”. Veeleer echter is ’t uit mnl. henghen(e), hinghen(e) v. “haak, hengsel, hengel” ontstaan (vgl. els II, zeis), = os. henginna v. “het ophangen”, ags. hengen v. “id., galg, gevangenschap”; Kil. identificeert henghe en henghene. Een afl. van hangen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

heng v. (hengsel), Mnl. henghe, henghene, Os. henginna + Ags. hengene (Eng. hinge): met e = ä van hangen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal