Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

helpen - (bijstaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

helpen ww. ‘bijstaan’
Onl. helpon in te helponi ‘om te helpen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. helpen [1201-25; CG II, Floyr.], [1240; Bern.].
Os. helpan (mnd. helpen); ohd. helfan (nhd. helfen); oe. helpan (ne. help); ofri. helpa (nfri. helpe); on. hjalpa (nzw. hjälpa); got. hilpan; < pgm. *helpan- ‘helpen’. Oorspr., en in de meeste Germaanse talen nog steeds een sterk werkwoord: mnl. helpen - halp - holpen - gheholpen. Daarnaast met nultrap ook het abstractum → hulp.
Buiten het Germaans geen zekere verwanten. De enige aannemelijke vergelijking die gemaakt kan worden, is met Litouws šelpti ‘steunen, helpen’, gélbeti ‘helpen’, maar daarbij doen zich formele problemen voor, omdat p < *b niet correspondeert met Baltisch p. Los daarvan is de verdere etymologie volkomen onduidelijk. Traditioneel stelt men wel afleiding voor van de wortel pie. *ḱel- ‘neigen, buigen’, met als verbindend betekeniselement ‘beschermen’, maar deze wortel is nauwelijks geattesteerd, behalve in de ablautende variant *ḱlei-, zie → leunen. De door Trier (zie NEW) voorgestelde afleiding van de homonieme wortel pie. *ḱel- ‘verbergen’, waarbij gedacht moet worden aan ‘besloten gemeenschap van elkaar helpenden’, lijkt uiterst vergezocht en onwaarschijnlijk. De vormovereenkomst met de Litouwse vorm is te groot om toevallig te zijn en er is dan ook wrsch. sprake van gemeenschappelijke herkomst, wrsch. uit een voor-Indo-Europese substraattaal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

helpen* [bijstaan] {oudnederlands helpon 901-1000, middelnederlands helpen} oudsaksisch, oudengels helpan, oudhoogduits helfan, oudfries helpa, oudnoors hjalpa, gotisch hilpan; het woord komt buiten het germ. slechts in het litouws voor: šelpiu [ik help].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

helpen ww., mnl. helpen, onfrank. helpon, os. helpan, ohd. helfan, ofri. helpa, oe. helpan, on. hjalpa, got. hilpan. — Vgl. met een ander suffix lit. šelpiù, šel̃pti ‘helpen’ (IEW 554).

J. Trier Lehm 1951, 56 wil aan de wortel *ḱel (waarvoor zie onder hel 1) aanknopen en dus uitgaan van de kring van de dorpsgemeenschap, die zich manifesteert op de ritueel omheinde dingvergadering; het woord zou dus oorspronkelijk doelen op in deze kring betoonde hulp. Aangezien nu het germ. een idg. b-afl. is (idg. *ḱelb) het baltisch echter een p-afl., (idg. *ḱelp) zou dit er op wijzen, dat de idg. wt.* ḱel ten minste in het germ.-baltische gebied de bet. van ‘kring van dorpsgenoten’ aangenomen had.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

helpen ww., mnl. helpen. = onfr. hëlpon, ohd. hëlfan (nhd. helfen), os. hëlpan, ofri. hëlpa, ags. hëlpan (eng. to help), on. hjalpa, got. hilpan “helpen”. Een auslautvariant van germ. χelp-, idg. ḱelb- is ḱelp-, waarvan lit. szelpiù, szel͂pti “helpen”. Lit. szelbiůs, szelbtis “zich helpen” mogen wij niet direct met helpen combineeren: ’t zal wel een jong ww. zijn, gecontamineerd uit szelp- en gélbu, gélbėti “helpen”; vgl. pa-gálba “hulp” naast pa-szalpà “id.”. Met ablaut hulp.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

helpen o.w., Mnl. id., Onfra. helpon, Os. helpan + Ohd. helfan (Mhd. en Nhd. helfen), Ags. helpan (Eng. to help), Ofri. helpa, On. hjalpa (Zw. hjelpa, De. hjælpe), Go. hilpan + Skr. kalpas = bekwaam, Lit. szelpti = helpen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

helpe (ww.) helpen; Aajdnederlands helpon <901-1000>.

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Helpen snw., deugniet, duiwel, feeks: So ‘n (klein) helpen! – Sien Stoett no. 2238. Helhaak word ook nog deur Boekenoogen 1316 en J. de Vries Az. 74 in die betekenis “helleveeg” aangegee. Verder is te vergelyk Dijkstra I, 510: “Hellehoutsje, duiveltje, kleine deugniet.” De Cock, Vro. 55: “Dat wijf is de grendel van d’ helle” (Loquela). “Grendel was vroeger een van de namen des boozen vyands, zoo als tange...”

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

helpen. In het Middelnederlands komt reeds voor helpe of hulpe (mi) (God). Bredero kent help God! als uitroep van verbazing, schrik, beklag enz. Als uitroep van verbazing, ontzetting enz. kennen wij voorts God zal me helpen! Deze laatste uitroep stamt natuurlijk uit de formule zo (waarlijk) helpe (mij, hem, u) God!, die gebruikt werd tot krachtige of plechtige bevestiging (bij ede) van de waarheid, van goede trouw, van onschuld. In het Middelnederlands luidde die eedformule (also) helpe (mi) God. De vloek help God! betekent ‘godverdomme’. In het jongere mijn help!, o mijn lieve, goede help! vervangt help het woord God. → God, Godhelp, gunst.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

helpen ‘bijstaan’ -> Javindo helpen ‘bijstaan’; Negerhollands help ‘bijstaan’; Berbice-Nederlands helpu ‘bijstaan’; Sranantongo hèlpi, yepi ‘bijstaan’; Surinaams-Javaans hèlep, ngèlep ‘bijstaan’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

helpen* bijstaan 0901-1000 [WPs]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

892. Zoo waarlijk helpe mij God almachtig!

eene formule, die gebezigd werd tot krachtige betuiging of plechtige verzekering van de waarheid; thans vooral bij het afleggen van een eed. In het middelnederlandsch also helpe mi God! namelijk, dat ik de waarheid spreke, zooals blijkt uit eene mlat. eedsformule sic (illum) Deus adjuvet.... ut veritatem dicat. Zie hiervoor Ndl. Wdb. V, 221; VI, 531; Mnl. Wdb. III, 313.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut