Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hellebaard - (blank wapen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hellebaard* [een wapen] {helmbaerde, hellebaerde 1429} van helm2 [steel] + middelnederlands ba(e)rde [bijl], oudnederlands, oudsaksisch barda, oudhoogduits barta; buiten het germ. mogelijk grieks perthein [verwoesten, doden], oudiers brissim [ik breek].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hellebaard znw. v., mnl. hellebarde, hellebaert is ontstaan uit helmbaerde misschien zelfs < mhd. helmbarte (maar nhd. hellebarde, waarschijnlijk veranderd onder romaanse invloed). In de 13de eeuw treedt deze naam voor een ‘strijdbijl met lange steel’ op en verspreidt zich dan snel, niet alleen naar het mnl., maar ook > oe. halberd, de. hellebard, zw. hillebard, fra. hallebarde, spa. port. alabardo, ital. alabarda. — Het 2de lid is mnl. baerde, barde ‘brede bijl’, onfrank. barda, ohd. barta, os. barda (on. barða is misschien uit mnd. ontleend). — Volgens Petersson IF 24, 1909, 40 bij een idg. wt. *bherdh ‘snijden’ vgl. gr. pérthō ‘verwoest, verniel’.

Sommigen denken ook aan een verband met baard, waarvoor het on. skeggja ‘bijl’ naast skegg ‘baard’ een analogon is; de naam komt dan van de lange omlaagstekende punt aan de snede van de oude strijdbijl. — Ten slotte zou een dentaal-afl. van de idg. wt. *bher ‘slaan’ (zie: boren) ook in aanmerking kunnen komen. — Wat het 1ste lid betreft, moet men verbinden met helm 3 en wel in de bet. ‘steel’; de hellebaard kenmerkt zich juist door zijn lange steel.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hellebaard znw., mnl. hellebaerde, hellebaert v. Uit helmbaerde evenals dāregherde “buikriem” uit da(e)rmgherde. Mnl. hallebardier m. heeft wsch. a naar fr. hallebarde (waarvan hallebardier), dat weer uit het Hd. komt, evenals de. hellebard, zw. hellebard, hillebard. Wellicht is ook mnl. hellebaerde ontleend uit mhd. hëlmbarte (nhd. hellebarde) v. “hellebaard”. Het tweede lid is mnl. baerde, barde v. “breede bijl” (speciaal “strijdbijl”) = onfr. barda, ohd. barta (nhd. barte), os. barda, on. barða v. “id.” — obg. brady “bijl” uit het Germ. —, dat met oi. bardh- “snijden” (zie verder boord; misschien hierbij nog lat. forfex “schaar”) verwant is, hoewel sommigen het voor een van baard afgeleiden n-stam houden, verwijzende naar on. skeggja v. “bijl”: skegg o. “baard”. Het eerste lid is niet helm I: de bet. “helm-bijl, bijl om helmen te klooven” is niet wsch.; veeleer is ’t = laat-mhd. helm (nhd. helm m. o.), dat evenals mhd. halm, halme m. “steel (van een bijl e.dgl.)” beteekent (vgl. ook mnd. helm-exse v. “bijl met langen steel”) en wellicht m uit ƀm heeft en met mhd. help, halp(b), ohd. halb m. “steel” (zie halster) verwant is, door anderen echter met mnl. helm m. “roerpin” (nog in het nu ongebruikelijke, maar nog bekende helmstok), mnd. hëlm (> nhd. helm m.) “id.”, fri. helm “kop van ’t roer”, ags. hëlma m. (eng. helm) “roer”, on. hjalm- (-vǫlr m. “roerpin”; ook hjalmar-, hjalmun-vǫlr) wordt geïdentificeerd; dit kan met gr. skalmós znw. “dol”, lit. kélmas “boomstronk” van de bij schil besproken basis komen, evenals oi. kárṇa-”handvat, roer, oor”. Minder wsch. is, dat ook dit *χelma-, χelman-, *χelmô(n)- uit *χelƀma-, -an-, (n)- ontstaan en met halster verwant is.

[Aanvullingen en Verbeteringen] hellebaard. Mnl. helm “roerpin” enz. is ook met helm I geïdentificeerd, op grond daarvan dat het handvat van ’t oudgerm. roer een uitgehold hout was, als een hoed over het uiteinde van het roer gestulpt.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

hellebaard. Mnl. helm ‘roerpin’ enz. is ook met helm I geïdentificeerd wegens de helmachtige vorm van het handvat van het roer (v.Wijk Aanv.). Niet wsch.; vgl. de beschrijving van het roer aan oude schepen bij W.Vogel Reall. IV, 285 vlgg. — Uit het Germ. fr. heaume ‘roerpen’; op ontl. uit de on. vorm wijst de afl. jaumière ‘gat voor de roerstang, hennegat’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hellebaard v., bij Kil. helmbarde + Mhd. helmbarte (Nhd. hellebarte): het eerste is helm 3 = steel: voor het tweede z. baars 2. Uit het Germ. ging het in ’t Fr. hallebarde en van hier in ʼt Eng. halbert.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Hellebaard, soort speer, bestaande uit een bijl aan den achterkant puntig uitloopend en van boven voorzien van een speerpunt, gestoken op een langen stok; mnl. hellebaerde, hellebaert, bij Kil. helmbarde, en ook in ’t mhd. helmbarte naast hellenbarte, in ’t mnl. ook helmaex en bardaex (aex = ons akst, hgd. Axte = bijl). Samengesteld uit helm en bard = bijl. De mogelijkheid, dat er in helm iets anders schuilt dan de hoofdbedekking (vgl. helmstok; zie N. Wdb. ) is niet uitgesloten. In de 17e en 18e eeuw was in ons leger dit wapen in ’t bijzonder het waardigheidsteeken van den onderofficier. Het was ook bij voorkeur het wapen van lijfwachten, vandaar dat de Suisse (eig. Zwitser, Zwitsersche lijfwacht) in de katholieke kerken, ook nog de hellebaard voert. De soldaten of lijfwachten, hiermede gewapend, werden hellebaardiers genoemd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hellebaard ‘lang middeleeuws wapen’ -> Deens hellebard ‘lang middeleeuws wapen’; Noors hellebard ‘lang middeleeuws wapen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds hillebard ‘lang middeleeuws wapen’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans hallebarde ‘lang middeleeuws wapen’ (uit Nederlands of Duits); Litouws alebarda ‘lang middeleeuws wapen’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hellebaard* blank wapen 1429 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut