Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

helikopter - (hefschroefvliegtuig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

helikopter zn. ‘hefschroefvliegtuig’
Nnl. helicoptère [1900; WNT Aanv.], helicoptère, helicopter [1926; Koenen], helicopter [1930; Verschueren], helikopter (voorkeurspelling), helicopter [1954; WL].
Ontleend aan Frans hélicoptère ‘id.’ [1862; Rey], later met vormaanpassing aan Engels helicopter ‘id.’ [1861; OED]. Neologisme, geïntroduceerd door de Franse helikopterpionier Gustave Ponton d'Amécourt (1825-1888) en gevormd uit de Griekse woorden hélix (combinatievorm helik(o)- op basis van de genitief hélikos) ‘kronkeling, spiraal’ en pterón ‘vleugel’, verwant met → veer 1.
D'Amécourt was slechts een van de velen die in de loop der eeuwen vergeefse pogingen ondernamen om een machine te bouwen die zich ook verticaal goed door de lucht kon verplaatsen. Zijn woordbedenksel had meer succes en heeft op den duur alle alternatieve namen doen verdwijnen. De doorbraak kwam in 1941 in de Verenigde Staten en daardoor heeft de Engelse vorm helicopter ook in het Nederlands het pleit gewonnen tegen hélicoptère, dat vanaf toen in de vakliteratuur nauwelijks meer voorkwam; het grote publiek maakte pas kennis met de helicopter door de reddingsacties na de watersnoodramp van 1 februari 1953, toen Britse, Amerikaanse en Canadese legerhelikopters in groten getale te hulp schoten. Van bliksemsnelle vormverandering hélicoptère > helicopter in dat jaar (zie Sanders 2003) is dus geen sprake.
Vergeefs heeft men getracht de purismen hefschroefvliegtuig [1940; Koenen] en wentelwiek [1953; WNT Aanv.] in te voeren.
Lit.: E. Sanders (2003), ‘Woordhoek - Helikopter’, in: NRC Handelsblad, 27-01-2003, 20

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

helikopter [hefschroefvliegtuig] {helikoptère 1901-1925} < frans hélicoptère, gevormd van grieks helix (2e nv. helikos) [gedraaid, kronkelende baan, spiraalvormig sieraad], van helissein [doen draaien, passief: roterend voortgonzen (van speer)] + pteron [vleugel].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

helikopter s.nw.
Soort vliegtuig met 'n horisontaal roterende lugskroef aan die bokant waardeur dit in die lug gehou en aangedryf word.
Uit Eng. helicopter (1887).
Eng. helicopter uit Fr. hélicoptère uit 'n Griekse samestelling waarvan die lede onderskeidelik 'spiraal' en 'vlerk' beteken.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

helikopter (Frans hélicoptère o.i.v. Engels helicopter)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

helikopter ‘hefschroefvliegtuig’ -> Indonesisch hélikopter ‘hefschroefvliegtuig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

helikopter hefschroefvliegtuig 1900 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut