Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

helegaar - (bijwoord van hoedanigheid: geheel en al)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

helemaal bw. ‘geheel en al, volkomen, volstrekt’
Vnnl. gheheel te mael ‘totaal’ [1600-50; WNT geheel], heeltemael [1692; WNT vlaag I]; nnl. heelemaal [1784; WNT].
Ontstaan door verkorting uit ouder heeltemaal, dat wegens de spreektalige status schriftelijk slecht is geattesteerd, maar nog voortbestaat als Afrikaans heeltemal ‘geheel en al’. Heeltemaal is een contaminatie van het bijwoord heel en de bijwoordelijke bepaling te maal, die beide in dezelfde betekenis ‘geheel en al, volkomen’ voorkomen en aanmerkelijk ouder zijn: mnl. in welcke cedule ... de 4 leden gantz, heel, und al ... wedersegheden ‘welke akte de vier leden volledig en helemaal bestreden’ [1443-51; MNW], hiene kire den ligame te male vombe ‘tenzij hij het lichaam helemaal omdraait’ [1270-90; CG II, Moraalb.]. Zie → heel en → maal 1, en voor een vergelijkbare vorming → allemaal.
helegaar bw. ‘helemaal’. Vnnl. heel en gaer [1621; WNT heel III]; nnl. heelegaar [1897; WNT tis]. Dit verouderende woord is nog spreektaliger dan helemaal en wordt meestal gebruikt in combinatie met een ontkenning. De traditionele opvatting dat helegaar een verkorting is van heel en gaar is gebaseerd op de hier genoemde oude attestatie en op de Duitse analoge woordgroep ganz und gar. Ook mogelijk is dat helegaar is ontstaan uit heel te gader, naar analogie van helemaal uit heel te maal en allegaar uit al te gader, zie → allegaartje.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

helegaar* [geheel en al] {1785} samentrekking van heel ende gaar (middelnederlands gaer [geheel]), hoogduits ganz und gar.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

heelegaar, heelegans bijv., geassim. uit heel en.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

helegaar* bijwoord van hoedanigheid: geheel en al 1785 [WNT heelemaal]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut