Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heimelijk - (verborgen, geheim)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

heimelijk bn. ‘verborgen, geheim’; (BN) ‘geniepig, gluiperig’
Mnl. heimelik ‘tot het huis behorend’ [1240; Bern.], ook ‘onopgemerkt, geheim’ in heimelike, so dat it niemand ne vernam [1220-40; CG II, Aiol], ‘vertrouwd, innig’ in haer heymelec vriende [1276-1300; CG II, Kerst.], ‘tam, mak (van een huisdier)’ [ca. 1410; MNW]; vnnl. heimelick ‘verborgen, geheim’ [1588; Kil.].
Oude afleiding met → -lijk van mnl. heim ‘(t)huis’, zie → heem.
Mnd. hēmelīk; ohd. heimlīh ‘huiselijk, tot het huis behorend’ (nhd. heimlich ‘verborgen’, heimelig ‘intiem, vertrouwd, huiselijk’); nfri. heimelik.
De oorspr. betekenis ‘bij het huis behorend, huiselijk’ was in het Middelnederlands de gewone; dat bleef ook later nog zo in de oostelijke dialecten en geldt nu nog voor Duits heimelig ‘intiem, vertrouwd’. Heimelijk diende o.a. als vertaling van Latijn domesticus en familiāris. Pas in de 16e eeuw verschuift de betekenis definitief naar ‘wat (thuis) achter gesloten deuren gebeurt, geheim, verborgen’. Het in de 15e eeuw aan het Duits ontleende → geheim kan hierbij een rol hebben gespeeld.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heimelijk* [geheim, verborgen] {heimelijc, hemelijc [tot het huis behorend, intiem, vertrouwd, verborgen, geheim] 1220-1240} van middelnederlands heym [woonplaats, huis]; de huidige betekenis staat o.i.v. geheim, dat in de 15e eeuw uit het hd. werd overgenomen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heimelijk bnw., mnl. heimelijc, hêmelijc ‘gemeenzaam, intiem, geheim, stilzwijgend’ (in oostel. en duits getinte teksten: ‘tam, voor huiselijk gebruik, gepast’), mnd. hēmelik, ohd. heimilīh ‘bij het huis horend, vertrouwd’. — Afl. van heem. Uit de gevoelssfeer van het ‘tot de huiselijke kring behorend, intiem’ ontstond ‘wat voor de buitenwereld verborgen is’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

heimelijk bnw., mnl. heimelijc, hêmelijc “gemeenzaam, intiem, vertrouwd, innig, geheim, stilzwijgend”, ook nog in de uit de grondbet. “huis-lijk” begrijpelijke bett. “verwant (in oostelijke en du. getinte teksten), tam, voor huiselijk gebruik bestemd, gepast”. = ohd. heimilîh “bij ’t huis hoorend, niet vreemd, vertrouwd” (nhd. heimlich), mnd. hêmelik “bij ’t huis hoorend, verwant, vertrouwd, intiem bevriend, heimelijk”, owfri. hêmelik “heimelijk”. Afl. van *χaima- (zie heemraad). Het verwante, eerst nnl. bnw. geheim, door Kil. nog “Ger. Sax.” genoemd, komt uit ’t Hd., waar ’t sedert de 15. eeuw voorkomt. Mnd. bestond geheim v. “verborgenheid, geheim”. ’t Ndl. znw. geheim o. is het gesubstantiveerde bnw. [Niet wsch. is de afl. van *χaima- in de bet. “dorp”: heimelijk, geheim “was dem dorfe gemeinsam ist”.]

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

heimelijk. Uit het Mnd. laat-on. heimiligr ‘vertrouwd’, de. hemmelig ‘heimelijk’ (ode. ook ‘vertrouwelijk’), zw. hemlig ‘heimelijk’ (ozw. ook ‘vertrouwelijk, vertrouwd’).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

heimelijk bijv., Mnl. heimelijc + Ohd. heimilîh (Mhd. id., Nhd. heimlich): van heem, dus = huiselijk, verborgen.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Heimelijk zie Geheim. Vgl. ’t Mnl.: „Een hondeken, dat heimelic (tot dat huis behoorende) ende clene was.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

heimelijk ‘geheim, verborgen’ -> Deens hemmelig ‘geheim, verborgen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors hemmelig ‘geheim’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

heimelijk* geheim, verborgen 1220-1240 [CG II1 Aiol]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut