Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heien - (in de grond stampen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

heien ww. ‘palen de grond in stampen’
Mnl. heien ‘(met een heiblok) de grond in stampen ter fundering’ in ghaerne repe of te makene daer me mede heiede ‘garen om touw van te vervaardigen waarmee men kan heien’ [1297; CG I, 2394]. Daarnaast het nu verouderde zn. heie ‘heiblok, stamper’ [1286; CG I, 1115], heye [ca. 1483; MNW].
Herkomst onduidelijk. Klankwettig en semantisch is verwantschap met Latijn caedere ‘snijden, hakken, beuken’, zie → incisie, goed mogelijk. Men moet dan wel aannemen dat er al heel vroeg syncope van de -d- heeft plaatsgevonden, zoals bij rooie uit rode.
Alleen het zn.: ohd. heia ‘heiblok, grote houten moker’ (nhd. Heie).
Ontleend aan het Nederlands is de Franse technische term hier ‘met een grote houten hamer slaan’ [ca. 1200; Rey].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heien1* [in de grond stampen] {1350} middelnederduits heie [heiblok], oudhoogduits heia [houten hamer], verwant met latijn caedere [vellen, houwen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heien ww., mnl. heien, Kiliaen heye ‘heiblok’, vgl. mnd. heie ‘heiblok’, ohd. heia, mhd. heie v., ‘houten hamer’, nhd. zwits. heien ‘stampen, vlas braken’. — Met dentaal-afl. lat. caedo ‘slaan, doden’, caia (< *caidiā) ‘knuppel’, (IEW 917). — > fra. hier ‘met een zwaar blok stenen in de straat vaststampen’ (sedert de 13de eeuw, vgl. Valkhoff 167).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

heien ww., mnl. heien. Hierbij Kil. heye “heiblok”, oudnnl. en nog dial. in gebruik, ook voor de heele “heistelling”, = mhd. heie, hei v. “heiblok, hamer”. Verwant met lat. caedo “ik sla”, oi. khédâ- “hamer”, (s)khidâti “hij stoot, drukt, trekt”, arm. xaitʻem “ik steek”, die van formantisch verlengde bases komen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

heien. Uit het Ndl. fr. hier.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hei 1 v. (heiblok), Mnl. heie + Mhd. id.; ook Mnl. heien = slaan + Skr. khedā = hamer, Arm. xait'em = steken, Lat. cædere = slaan. Hieruit Fr. hie en hier.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3hei s.nw.
Toestel om pale of planke mee in die grond te slaan.
Uit Ndl. hei.

4hei ww.
1. Pale inslaan. 2. (lugvaart; skeepvaart) In die lengte op en neergaan.
Uit Ndl. heien (Mnl. heyen in bet. 1, 1671 in bet. 2), in bet. 2 so genoem omdat die op-en-neerbeweging van 'n skip of vliegtuig aan die stampbeweging waarmee pale ingeslaan word, herinner.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

heien ‘in de grond stampen’ -> Duits dialect hajen ‘in de grond stampen’; Zweeds † hajning ‘op en neer bewegen van beide uiteinden van een schip; deining die in havens ontstaat door zeegang’; Fins haininki ‘op en neer bewegen van het schip aan het anker of bij min of meer windstilte’ ; Frans hier ‘met een grote houten hamer slaan’; Papiaments † hei ‘in de grond stampen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

heien* in de grond stampen 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut