Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heetgebakerd - (driftig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gebakerd* in de uitdrukking heet gebakerd [driftig] {1616} komt mogelijk voort uit de mening dat de wijze van bakeren invloed heeft op het karakter. Als de luiers te dicht bij het vuur werden gehangen en het kind te heet werd gebakerd, zette het 't op een schreeuwen (vgl. baker).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

heet gebakerd

Bakeren, een werkwoord dat afgeleid is van dezelfde stam waarvan ook bakken komt, betekent eigenlijk: verwarmen en in het bijzonder: een pas geboren kind verzorgen. Zij die dat doet heet bakermoer, bij afkorting baker en zij verrichtte vroeger haar werk zittend op de bakermat, een langwerpige lage mand of houten bak die voor het vuur stond. Later gebruikte men bakermat ook voor wieg en daarna voor geboorteplaats.

Daar men oudtijds geloofd schijnt te hebben dat de wijze waarop een kind werd gebakerd, zijn karakter beïnvloedde, konden zegswijzen ontstaan als heet of haastig gebakerd in de zin van: driftig, voortvarend.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

140. Heet gebakerd zijn,

waarvoor men ook zegt haastig (vroeger ook haast) of driftig gebakerd zijn, beteekent: driftig, te voortvarend wezen. Men denkt, dat deze uitdrukking haar ontstaan te danken heeft aan de meening, dat de wijze, waarop een kind gebakerd werd, invloed had op zijn karakter; een geloof, dat evenwel nergens is aangetroffen. De uitdr. dateert uit de 17de eeuw (bijv. in de klucht van Lichte Wigger, 3: Jou moer heitje te heet ghebakert voor een eicken vier; Hooft, Ged. I, 295 en Brieven, 549) en komt sedert dien tijd veelvuldig voor; o.a. ook bij Halma, 210, die opgeeft: Heet gebakerd zijn, driftig zijn, être bouillant et précipité; avoir la tête chaude. Zie verder het Ndl. Wdb. II, 882; Harrebomée, III, 369 a en vgl. de synonieme uitdr. hy is te heet gebaedt (Campen, 101); in de 17de eeuw hij is heet gebakken naast hij is qualijk gebakerd (boos).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut