Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

heer - (leger)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

heer 2 zn. ‘legermacht’
Onl. *heri ‘leger’ in het toponiem Heriuuinna ‘Herwijnen (Gelderland)’, letterlijk ‘legerweide’ [850, kopie eind 11e eeuw; Künzel]; mnl. here ‘leger’ [1240; Bern.], ook her in dar út int her dar is míjn uader ‘daarbuiten in het leger, daar is mijn vader’ [1220-40; CG II, Aiol]. Eerder al in samenstellingen, zie → herberg (reeds onl.) en → hertog. Het woord komt ook voor in oude Germaanse persoonsnamen als Herbert, Herman, Harald.
Os. heri; ohd. heri (nhd. Heer); ofri. here (nfri. hear, ook ‘menigte’); oe. here; on. herr (nzw. här); got. harjis; alle met dezelfde betekenis; < pgm. *harja-. Het woord komt ook voor in Germaanse mannennamen in Latijnse teksten, zoals Chariovalda, Chariomerus, Hariobaudes. Vóór de Germaanse klankverschuiving is het woord bovendien ontleend in Fins karja ‘kudde’.
Verwant met de Griekse afleiding koíranos (< *korianos) ‘legeraanvoerder’; Litouws karias ‘leger’, Oudpruisisch kargis (< *karjas) ‘leger, oorlog’; Middeliers cuire ‘schare, menigte’ (< *corio, dat ook verschijnt in de Gallische volksnamen Vocorii, Tricorii, etc. ‘met twee, drie legers’ en in de Keltische naam Coriovallum voor het huidige ‘Heerlen’). Vermoedelijk gevormd met een achtervoegsel -ja- dat aangaf dat iets ergens bij behoort, bij een woord voor oorlog dat nog verschijnt in: Litouws karas ‘oorlog’; Oudperzisch kāra- ‘leger’ hoort ook bij deze woordgroep.
In het Nederlands is het woord volkomen verouderd, ten gunste van het in de 16e eeuw opgekomen woord → leger 2. Ook de vele samenstelling met dit woord zijn verdwenen, behalve in historische of religieuze context (bijv. heer-/heirscharen) en in toponiemen (voornamelijk heerbaan/heirbaan, -weg). Een specifieke uitzondering hierop is het in het BN nog steeds gebruikelijke heerkracht of heirkracht in de overdrachtelijke betekenis ‘overmacht’ [1836-38; WNT].
Gedurende de laatste eeuwen werd heer ‘legermacht’ meestal gespeld als heir. Deze spelling raakte algemeen nadat ze werd toegepast in de Statenvertaling (1637), toen nog als heyr, ter onderscheid van het homoniem Heer ‘God’.
Naast de al genoemde oude samenstellingen herberg en hertog kan nog het leenwoord → heraut worden genoemd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

heer2*, heir [leger] {oudnederlands heri-, here- 901-1000, middelnederlands here, hare, heyr(e) [leger, verzamelde menigte]} oudsaksisch, oudhoogduits heri (hoogduits Heer), oudfries here, hiri, oudengels here, oudnoors herr, gotisch harjis [leger]; buiten het germ. grieks koiranos [bevelhebber], litouws karias [leger], middeliers cuire [troep], oudkerkslavisch kara [strijd] → hertog.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

heer 2 znw. o., vaak geschreven heir ‘leger’, mnl. hēre o. ‘leger, menigte’, onfrank. heri-, here-, os. heri m., ohd. heri o. (nhd. heer), ofri. here, hiri m. o., oe. here m., on. herr m. ‘leger, menigte’, got. harjis m. ‘leger’. In Westgerm. PN als Chariovalda (c. 100 n. Chr.), verder de volksnaam der Harii en een godin Hariasa (Schönfeld, Pers. Nam. 126). — gr. koirános ‘legeraanvoerder’, koirómachos ‘krijgstocht, in een leger strijdend’, gall. corio- ‘krijgsman, leger’, volksnamen als Tricorii, Petrucorii ‘met drie, vier legerscharen’, mir. cuire (< *corio) ‘schaar’, operz. kāra- ‘leger’, osl. kara ‘twist, strijd’, lit. kāras, kārė ‘oorlog’, kārias ‘leger’, opr. kargis (< *karjas) ‘leger, oorlog’ (IEW 615). — Zie nog: hertog.

Of het idg. *korio, koro nog verdere aanknopingsmogelijkheden heeft, is onzeker; zie daarvoor J. Trier, Holz 1952, 78-79.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

heir, heer znw. o., mnl. hēre o. “leger, menigte”. = onfr. heri-, here- (in samenst.), ohd. heri o. (nhd. heer) “id.”, os. heri m. “menigte, volk”, ofri. here, hiri m. o. “menigte, leger”, ags. here m., on. herr m. “id.”, got. harjis m. “leger”. Ook in oude germ. eigennamen, zooals Chariomêrus. = gall. (Tri-, Petru-)corii, ier. cuire “schaar, menigte”, gr. *korjos (waarvan koíranos “heerscher”, formeel = on. Herjann m. “bijnaam van Odin”), opr. (kragis, lees:) kargis, lit. karias “leger”, idg. “qorjo-s. Een kortere stam in lit. kãras “oorlog” (naast karė “id.”), operz. kâra- “leger, menschen”. Ook ksl. kara “strijd, twist” kan verwant zijn. Zie nog hertog.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

heir, heer. Te gewaagd en te vaag is het vermoeden van Güntert Ar. Weltk. u. Heil. 74, dat het woord als ‚geschlossener Truppenverband’ verwant zou zijn met lit. kariù, karti ‘ophangen’, pakorė ‘galg’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

heerstraat, heerweg v. resp. m., samengest. met heer 2 = leger, en niet met heer 1 = meester, zooals ’s Heeren straat het zou kunnen doen gelooven.

heer 2, heir o. (leger), Mnl. here, Onfra. en Os. heri + Ohd. id. (Mhd. her, Nhd. heer), Ags. here, Ofri. id., On. herr (Zw. här, De. hær), Go. harjis + Operz. kâra = leger, Osl. kara = strijd, Lit. kâras, Lett. karsch = oorlog, Opr. kargis = heir, Oier. cuire = schaar, Gr. koíranos = heerscher.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Heer (heir, leger) schijnt van een grondwoord te komen, dat oorlog bet. en nog in verheeren = verwoesten, voorkomt, evenals in heerweg; ’t zal dus oorspr. oorlogsschaar bet. hebben, en later schaar, menigte in ’t algemeen: het sterrenheer.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

heer* leger 0850 [Künzel]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut