Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hebbelijkheid - (gewoonte)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hebbelijkheid znw. Afl. van hebbelijk. Mnl. hebbelijcheit v. “wellevendheid, goede toestand, natuurlijke eigenschap, gewoonte”.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal