Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hazenlip - (gespleten bovenlip)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hazelip znw. v., ne. harelip, daarnaast namen als nhd. hasenscharte, ofri. hasskerde, oe. hærsceard, nde. hareskaar, een algemene benaming vgl. lat. labium leporinum, fra. bec de lièvre.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hazenlip znw. Ook in andere talen voorkomende samenstelling. = lat. labium leporinum.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

haaslip s.nw.
Gesplete bolip by die mens.
Uit haas en lip, as leenvertaling van Eng. hare-lip (1567), of uit Ndl. hazenlip, so genoem omdat die gesplete bolip aan die lip van 'n haas herinner.
D. Hasenlippe.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hazenlip ‘aangeboren misvorming waarbij de bovenlip gespleten is’ -> Engels harelip ‘aangeboren misvorming waarbij de bovenlip gespleten is’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut