Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

havezaat - (ridderhofstede)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

havezaat*, havezate [ridderhofstede] {hovezaat 1781-1793, havezaat 1819-1827} de vorm havezaat is de oostelijke vorm naast hovezaat, die echter geen van beide in het middelnl. zijn aangetroffen, hoewel ze wel bestaan moeten hebben; ze zijn samengesteld van hof + middelnederlands sate, van zitten; vgl. voor de betekenis state en hofstede.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

havezate znw. v. ‘ridderlijk goed of kasteel in de oostelijke provincies’, met dial. a voor o, vgl. mnd. hōvesāte ‘hofstede’. Voor het 1ste lid zie: hof, het 2de is mnl. sâte, mnd. sāte, ohd. sāʒa ‘woonplaats’, behorend bij zitten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

havezate znw. Twentsch-drentsche vorm met ā uit in open lettergreep. = mnd. hōvesâte v. “hofstede”. Voor ’t eerste lid zie hof, het tweede = mnl. sâte, ohd. sâʒa, mnd. sât(e) v. (bij zitten) in de bet. “woonplaats”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

havezaat v. (landgoed), met dial. ā voor ō + Mhd. hovesæze (eigenaar van eene hoeve): eerste lid is hof; het 2e is een vr. subst. = zitplaats of m. subst. = zitter, bewoner; voor de vorming z. nazaat.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut