Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hauw - (type vrucht)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

hauw zn. ‘type vrucht’
Vroegmiddelnederlands awe ‘zaadhuisje’ (van de nardus) (1287), Nnl. hawkens (1543), haeuwe (1559), hauwe (1573), ook gespeld als houwe (1599), haeuwe (1608), hauw (1668), haauw (1686) ‘zaadhuisje, peul, huls’. Dialectisch nog houw, verkleinwoord mv. hâwkes, in Antwerpen, Noord-Brabant en Belgisch Limburg.
Verwante vorm: Oud-IJslands ‘huid, vacht’. Uit PGm. *hawō- f. (Kroonen 2013: 218). De dichtst verwante vorm is PGm. *hūdi- ‘huid’, waaruit Ned. huid. Die wordt afgeleid van een PIE wortel *kuH-, van verder onbekende herkomst, waarvan een variant *kouH-eh2- het woord PGm. *hawō- zou opleveren. Maar aangezien woorden voor ‘huid’ vaak van woorden voor ‘afsnijden’, ‘in stukken snijden’ worden afgeleid, bestaat er nog een andere mogelijkheid. Zoals PGm. *hau-ja-hooi’ als ‘wat afgemaaid is’ of ‘wat afgemaaid moet worden’ hoort bij PGm. *hawwan-houwen, hakken’, zou ook *hawō- ‘huid’ van datzelfde werkwoord kunnen zijn afgeleid.
[Gepubliceerd op 01-09-2016 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hauw* [type vrucht] {hauw, houwe [peul van peulvrucht] 1287} waarschijnlijk van een stam die ‘bedekken’ betekent, en die we ook vinden in huid, huis.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hauw znw. v. ‘droge, overlangs opensplijtende vrucht’, mnl. hauwe ‘peul, dop’. Kiliaen schrijft houde en denkt misschien aan het ww. houden. Het woord is onverklaard.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hauw (plantnaam: “siliqua”), mnl. hauwe v. “peul, dop”. Kil.’s spelling houde berust wsch. op volksetymologie. Oorsprong onzeker. Bij houwen?

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hauw 1 v. (peul, dop, peulerwten, siliqua), Mnl. hauwe, hawe; oorspr. onbek.

houw 3 v. (huls, peul), misspeld voor hauw 1 of (aar) voor ouwe.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hauw* type vrucht 1287 [CG NatBl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut