Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hartstikke - (bijwoord van hoedanigheid)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hartstikke dood* [morsdood] {herten, hertsteken [het hart met ijzer doorsteken] 1599} dus eigenlijk: dood door een hartsteek; daarna, nadat de uitdrukking niet meer werd begrepen, beschouwde men ‘hartstikke’ als een versterking en vormde men uitdrukkingen zoals hartstikke blind, doof, zwaar enz.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

hartstikke

Eigenlijk kan het woord hartstikke alleen gebruikt worden bij: dood. Het betekent dan: volkomen dood, morsdood. Er is vermoedelijk in het Middelnederlands een uitdrukking geweest: bi hartsteke dood, door een steek in het hart gedood. Daaruit is dan hartsteke of hartstikke dood ontstaan. Met deze afstamming is in overeenstemming dat men de zegswijze alleen gebruikt bij een plotselinge, gewelddadige dood. Langzamerhand heeft echter hartstikke zich van het woord dood losgemaakt en is het een zelfstandig bestaan gaan leiden in de betekenis: volslagen, geheel, erg. Men zegt: hij is hartstikke doof; het is hartstikke vol; in ’t hartstikke donker maar ook: hartstikke leuk.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hartsteken, hartstikken (h. dood), dial. ook hartsteek, -stik e. a. Oorspr. “door een hartsteek dood”. ’t Mnl. Handwdb. geeft nog hertstics op.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hartstikke ‘bijwoord van hoedanigheid’ -> Fries hartstikke, hartstikkene ‘bijwoord van hoedanigheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hartstikke* bijwoord van hoedanigheid 1839 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

855. Hartstikke(n)dood,

d.w.z. morsdood; mnl. hertstics; in de 17de eeuw hartsteeck dood, o.a. bij Hooft, Ned. Hist. 609: Toen.... grypt (ze) een mes, en jaaght het hem door de ribben dat hy hardsteeken doodt bleef. Daarnaast verbasterd harstig dood (vgl. nog Gunnink, 101: arstich dood), hartstukke dood. Thans in de volkstaal hartstikke(n)dood of hartstikkend, hardsteken (Molema, 148; Opprel, 58; V.d. Water, 83; Gallée, 16; Draaijer, 16; Onze Volkstaal II, 88 (Ned. Betuwe); I, 205 (N. Brab.); harstikke dood (V. Schothorst, 140; Van Weel, 105; De Vries, 74); hertstikke(n) dood (in Limburg volgens Onze Volkstaal II, 219); in de litteratuur: Jong. 120; 172; Mghd. 51; Boefje, 24; 169; Nkr. VIII, 17 Jan. p. 4; Het Volk, 23 Febr. 1914, p. 5, k. 4. Het Ndl. Wdb. VI, 86 vermoedt dat er vroeger een uitdr. bi hartsteke dood, door een hartsteek dood, heeft bestaan, welke tot hartsteke of hartsteek(s) dood werd verkort of vervormd.

Aan deze uitdr. ontleende hartstikken de beteekenis van volslagen, geheel, zoodat men thans ook in dialect zegt: hartstikke doof (De Vries, 74; Boekenoogen, 295; Draaijer, 16; Opprel, 58), hartstikken vol; ook hartstikken blindHandelsblad, avondbl. 4 Nov. 1913, p. 5, kol. 3.. Vgl. nog Menschenw. 352: Aa'st hart stikke regent; bl. 130: hardstikke midden in; bl. 342: hartstikke swoar; bl. 474: hartstikke sterk; bl. 502: hartstikke ellendig; Jord. II, 85: op hardstikke dag; Zondagsblad van Het Volk, 1906 p. 22: hardstikke duister.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut