Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

harpuis - (mengsel tegen houtworm)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

harpuis [mengsel tegen houtworm] {harpois, herpois voor 1300} < oudfrans harpoix, het eerste lid uit het germ., vgl. hars1 + poix [pek].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

harpuis znw. o. ‘gele hars met lijnolie en vet samengekookt voor het insmeren van stengen tegen de houtworm’, mnl. harpoys, herpoys < ofra. harpoix, vgl. pikard. harpi, waals harpik, harpué. Deze romaanse woorden komen echter < mnl. harspek of mhd. harzbech, een samenstelling van hars en pek (vgl. Valkhoff 144).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

harpuis znw. o., mnl. harpoys, herpoys o. Evenals mnd. harpois “harpuis” uit ofr. harpois (naast harpoi en harpis) “id.”. Dit is van onzekeren oorsprong: ’t uit ’t Germ. ontleende hars + fr. poix “pek” (uit lat. pix)? Uit het Ndd. zw. harpojs en ’t naar lat. pix vervormde de. harpiks.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

harpuis. Over de diphthong (ui2) zie bij fluit Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

harpuis o., gelijk Ndd. harpuse en Zw. härpös, uit Fr. harpois, gevormd met Germ. *hart (z. hars 2) en Rom. pois = pik (z.d.w.): het Waalsch zegt hârpike, d.i. harspik.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

eerpuis, arrepuis, zn.: harpuis, gom, hars met lijnolie en vet. Vnnl. 1252 pisa gummi qui dicitur harpois vel speghelhars (Stallaert). Uit Fr. harpoix, D. Harzpech.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

harrepuis, her(re)puis zn.: harpuis (hars). Mnl. harpois, herpois, -uis ‘harpuis’ < Ofr. harpoix. Het eerste lid is Germaans en schuilt ook in hars. Het tweede lid is Fr. poix ‘pik’ < Lat. picem, acc. van pix.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

harpuis s.nw.
1. Hars wat agterbly wanneer terpentyn afkomstig van dennebome gedistilleer word. 2. Mengsel van hars, gekookte lynolie en hardevet wat saam gekook is en aan boord van skepe gebruik word om o.a. rondehoute mee in te smeer vir beskerming teen verrotting. 3. Harpuisbos.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. harpuis (al Mnl.). In bet. 3 'n verkorting van harpuisbos. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

harpuis: – ar-/ra-/repuis – , “hars” (WAT); Ndl. har-/herpuis (Mnl. har-/herpois, by vRieb harpuys/harpeuys, harpuysen (ww.), geharpuyst), veral in seemt., uit Ofr. harpois wat blb. weer teruggaan op Mnl. harspek (vgl. Mhd. harzbech), ss. v. hars en pek. In die 18e eeu vlgs. Thun deur boere in S.A. toeg. op ’n kokkus (Scho TWK/NR 7, 1, p. 39).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

harpuis ‘mengsel tegen houtworm’ -> Duits Harpus, Harpens ‘mengsel van hars, teer en pek’ (uit Nederlands of Nederduits); Deens harpiks ‘hars’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds harpojs ‘mengsel van hars, teer en pek’ (uit Nederlands of Nederduits); Russisch gárpius ‘vioolhars; harsige massa waarmee de scheepsromp ingewreven wordt’; Zuid-Afrikaans-Engels harpuis, arpuse ‘mengsel tegen houtworm’; Indonesisch arpus, harpus ‘hars (voor strijkinstrumenten); houtlijm’; Javaans arpuwis ‘mengsel tegen houtworm’; Soendanees arpus, karpus ‘mengsel tegen houtworm’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal