Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

harmonie - (muzikale welluidendheid, overeenstemming; blaasorkest)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

harmonie zn. ‘muzikale welluidendheid, overeenstemming; blaasorkest’
Mnl. (h)armonia ‘muzikale welluidendheid’, in tuschen haer borst ende kele, daer luedde een armonya so claer dat ... ‘uit haar borst en keel klonk een zo welluidende stem / klank, dat ...’ [1276-1300; CG II, Kerst.], dese sanc ... had so edele suete armonye ‘deze zang was zo zoet en harmonieus’ [1276-1300; CG II, Kerst.]; vnnl. harmonije ‘muzikale welluidendheid; eendrachtigheid’ [1553; van den Werve], in vrijer gebruik ook harmonie ‘overeenstemming’ [1650; Hofman]; nnl. ‘goede verstandhouding’ [1785; WNT], in harmonie met ‘in overeenstemming met’ [1840; WNT]; daarnaast de specifieke betekenis nnl. harmonie ‘orkest met blaas- en slagwerk’ in des avonds kwam er eene talrijke Harmonie ... spelen [1836; WNT].
Via Frans harmonie ‘overeenstemming, muzikale welluidendheid’ [1120-50; Rey] ontleend (in de oudste attestaties rechtstreeks) aan Latijn harmonia ‘id.’, ontleend aan Grieks harmonía ‘id.’, een betekenis die zich ontwikkelde uit ‘juiste verhouding’ < ‘verbinding’ < ‘samenvoeging (van klanken)’. Men neemt aan dat dat is afgeleid van de wortel pie. *h2erH- ‘verbinden’, zie → arm 1 ‘lichaamsdeel’.
In het klassieke Grieks staat harmonia voor de typische indeling van de klanken van een octaaf, waarvan de toonhoogten worden bepaald door een trillende snaar in tweeën, in drieën, enzovoorts te delen. In de westerse wereld slaat harmonie tot het einde van de 16e eeuw op de ordening en de waarneming van klanken: aanvankelijk in een algemene betekenis m.b.t. opeenvolgingen van klanken die als aangenaam werden ervaren, vanaf de 14e eeuw in een meer technische betekenis ook voor simultaan klinkende akkoorden, nog later uitsluitend voor akkoorden, in contrast met melodie. De Fransman Jean-Philippe Rameau legde als eerste de regels van de moderne harmonie in de muziek vast, in zijn Traité de l'harmonie (1722). Voor hem is de harmonie ‘het geheel van regels waarop het simultaan gebruik van klanken gebaseerd is’. Die regels werden pas aan het eind van de 19e eeuw door steeds meer componisten aangepast of afgewezen (bijv. B. Bartók, C.E. Ives, Schönberg).
In niet-muzikale context gebruikt Aristoteles het woord al voor ‘juiste verhouding’ en vanaf het einde van de 16e eeuw ziet men deze betekenis ook in de moderne talen overgenomen worden. In de loop der eeuwen wordt harmonie dan op allerlei domeinen toegepast met als algemeen kenmerk ‘overeenkomst van karakteristieken die maakt dat iets als aangenaam overkomt’.
Een zeer specifieke betekenis is ontstaan in harmonie ‘orkest met blaas- en slagwerk’, wrsch., maar zonder oudere schriftelijke vindplaatsen, een verkorting van harmonie-orkest. Hoe en waar deze toepassing precies is ontstaan, is niet duidelijk, maar in het Frans, waar deze betekenis ook bestaat, kent men wel de muziekinstrumenten cor d'harmonie ‘Franse, orkest- of waldhoorn’ en voorheen ook de trompette d'harmonie ‘trompet’, die meer tonen kunnen produceren dan oudere soorten hoorns en trompetten. Zie voor een soortgelijke betekenis → filharmonisch.
harmonieus bn. ‘harmonie vertonend’. Vnnl. harmonieus ‘muzikale harmonie vertonend’ [1617; WNT], ‘id. buiten muzikale context’ [1784; WNT]. Ontleend aan Frans harmonieux ‘id.’ [16e eeuw; Rey].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

harmonie [eendracht] {1330 in de betekenis ‘eenstemmigheid, overeenstemming, vooral van muziek’; de betekenis ‘blaasorkest’ 1836} < frans harmonie < latijn harmonia [overeenstemming (ook van klanken)] < grieks harmonia [samenvoeging van planken (zwaluwstaarten), overeenkomst, wereldorde, harmonie (ook van klanken)].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

harmonie (Frans harmonie)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Harmonie (Lat. harmónia = Gr. ἁρμονία (harmonía) = overeenstemming). Welluidend samenklinken van tonen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

harmonie ‘eendracht’ -> Indonesisch harmoni ‘eendracht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

harmonie eendracht 1330 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut