Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hardware - (computerapparatuur)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hardware zn. ‘computerapparatuur’
Nnl. hardware ‘computerapparatuur’ [1969; WNT Aanv.]. Eerder al in de betekenis ‘ijzerwaren’ [1847; Kramers], maar reeds in het begin van de 20e eeuw verouderend, hoewel woordenboeken het nog lange tijd blijven vermelden.
Tweemaal ontleend aan Engels hardware, letterlijk ‘harde waren’, zie → hard en → waar 1 ‘artikel’. In het Engels heeft hardware als oorspr. en nog steeds bestaande algemene betekenis ‘ijzerwaren’ [1515; OED]; na de Tweede Wereldoorlog, dus al vanaf het begin van het computertijdperk, wordt het ook specifiek voor ‘computerapparatuur’, waarbij als tegenhanger later de term → software werd ingevoerd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hardware [computerapparaten] {1975; het woord bestond al langer, met nl. uitspraak en in de betekenis ‘kleine waren van ijzer of staal’ 1832} < engels hardware, van hard + warewaar1.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hardware (Engels hardware)
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

personal computer (pc) [huiscomputer] (1981). In 1981 brengt IT-bedrijf IBM de eerste personal computer op de markt: een kleine computer voor eigen gebruik. Tot die tijd worden computers, doorgaans grote en dure apparaten, bijna alleen door bedrijven gebruikt. De pc verovert vrij snel zowel de persoonlijke als de zakelijke markt en verandert de werkverdeling in de wereld grondig. Een groot aantal leenwoorden, vrijwel allemaal uit het Engels, zijn aan de pc te danken, zoals chip, deleten, formatteren, hacker, hardware, laptop, microprocessor, printer, resetten, server, software, systeemanalist, updaten, whizzkid. Een deel van de computerterminologie wordt na een tijdje vernederlandst, denk aan beeldscherm, dat monitor vervangen heeft, besturingssysteem voor operating system, harde schijf voor hard disk, muis voor mouse, tekstverwerker voor wordprocessor, toetsenbord voor keyboard en uitdraai voor print-out.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hardware computerapparaten 1969 [Dijkman, Computer-ABC 24] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut