Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hangmat - (hangend net of doek om in te rusten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hangmat zn. ‘hangend net of doek om in te rusten’
Vnnl. (h)amack ‘hangmat als slaapplaats van Indianen’ in amacken dat zijn hare bedden [1623; Friederici], [de Indianen] slapen alle in Hamacken, die sy van Hennep spinnen [1627; van Donselaar 1994], ook hangemack in een Latijnse beschrijving primaria supellex est rete, quod ipsi vocant Ini, Lusitani Rede, Belgae Hangemack, vulgo Hamaca ‘een belangrijk stuk huisraad is een net dat ze zelf (de Tupí-indianen) ini noemen, de Portugezen rede, de Nederlanders hangemack, maar gewoonlijk hamaca’ [1643; Friederici]; later ook als slaapplaats op schepen: hangmacken (mv.) [1659; WNT uitdeelen]; dan de overgang naar de huidige vorm: hagmat (gezien de alfabetische plaatsing een zetfout voor hangmat) [1669; van den Ende], nnl. hangmakken, hangmatten [1702; WNT].
Via Spaans hamaca ontleend aan het Taino, taal van de Arawak-indianen op Haïti. Door volksetymologische associatie met → hangen vervormd tot hangmak en daardoor als samenstelling geïnterpreteerd. Door de vormgelijkenis van een hangmat en een mat, doordat mak als simplex onbekend was en doordat de woordvormen mak en mat grote gelijkenis vertonen, kon het tweede lid vervolgens volksetymologisch geassocieerd worden met → mat 1 ‘kleed’. Omdat het woord een scheepvaartterm was, zal het in de 17e eeuw vooral mondeling zijn gebruikt, wat verklaart dat de omvorming hamak > hangmak > hangmat relatief snel lijkt te zijn verlopen. De etymologische vorm hamak verschijnt later alleen nog bij geletterde schrijvers, bijv. in een reisbeschrijving van Van Berkel [1695; WNT] en bij Wolff & Deken [1785; WNT].
Door de Spanjaarden werd het inheemse woord al in de 16e eeuw overgenomen en verspreid over heel Zuid-Amerika en in andere Europese talen: de oudste vindplaats in een Europese taal is in het Latijn: lodices, amaccas appellant ‘dekens die zij amaccas noemen’ [1515; Friederici]. Oude vindplaatsen van het woord in Spaanse, Franse en Engelse reisbeschrijvingen, in diverse vormen die zich pas veel later stabiliseerden tot resp. hamaca [1524; Friederici], hamac [1525; Rey] en hammock [1555; Friederici]. De Nederlandse vindplaatsen blijven daar bijna een eeuw bij achter; wellicht ontstond de interesse pas toen Nederland begin 17e eeuw zelf op Amerika ging varen. De hangmat als qua ruimtebeslag zeer efficiënte, want overdag verwijderbare slaapplaats voor de bemanning op zeeschepen is van nog iets latere datum; onduidelijk is, of deze specifieke betekenis eerder al in andere talen optrad.
Het Duits heeft een oude vindplaats Hengmatten [1627; Pfeifer], bij hängen ‘ophangen’ en Matte ‘mat’ (moderne vorm Hängematte), ruim veertig jaar eerder dan de eerste Nederlandse hangmat-vindplaats (1669); toch moet dit een leenvertaling uit het Nederlands zijn, de omgekeerde weg (Duits > Nederlands) lijkt voor een zeevaardersterm in de Gouden Eeuw minder waarschijnlijk en voor een autonome Duitse volksetymologische ontwikkeling hamak > hengmatte lijken de klanken te ver uiteen te liggen, vergeleken met hamak > hangmat in het Nederlands. Hetzelfde als voor het Duits geldt voor Zweeds hängmatta [1679; Hellquist], bij hänga ‘hangen’ en matta ‘mat’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hangmat [hangend net om in te liggen] {hamack 1627, hanghmat 1671} < spaans hamaca < frans hamac, overgenomen uit het Caribisch gebied: taino amaca [idem]; volksetymologie is verantwoordelijk voor de nl. vorm.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

hangmat znw. v., oudnnl. ook hangmak is een volksetymologische vervorming van het over het spaans overgenomen haitische woord hamaca (ook > fra. hamac, ne. hammock). Waarschijnlijk is het nnl. woord over het fra. ontleend.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

hangmat znw., oudnnl. ook hangmak. Volksetymologische vervorming van spa. (eigenlijk caraïbisch) hamaca, waaruit ook fr. hamac, eng. hammock. ’t Ndl. woord is wellicht via ’t Fr. ontleend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

hangmat. Spa. hamaca ospr. haïtisch (Loewe KZ. 61,57 vlgg.)? — Hd. hängematte v., zw. hängmatta naar het Ndl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

hangmat v., gelijk Hgd. hangematte, volksetym. vervorming uit Fr. hamac, dat met Eng. hammock, uit Sp. hamaca, en dit van Haïti, waar zoo een net hamacca heet.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

hangmat s.nw.
Bed van seil of net wat aan teenoorgestelde kante min of meer horisontaal aan iets bevestig word.
Uit Ndl. hangmat (1648), volksetimologies so genoem omdat die opgehangde seil of net aan 'n mat herinner. Reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Die Ndl. wisselvorme hangmat, hanghmat (1671), hangma(c)k (1659) en hamack (1627) het deur volksetimologie ontstaan uit Sp. hamaca (1519), met lg. uit Fr. hamac.
D. Hängematte (17de eeu), Eng. hammock.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

hangmat: “hangende bed op skepe” (WAT); Ndl. volkset. hangmat (by vRieb hanghmat, vroeër hangmak), wsk. deur seemt. via Sp. hamaca (uit Kar.), in Fr. hamac en in Eng. hammock.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

hangmat (Spaans hamaca)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Hangmat, vroeger ook hangmak, door bijgedachte aan hangen vervormd uit fra. hamac, eng. hammock, dat aan het Spaansch hamaca ontleend is, in 1555 in ’t engelsch omschreven als “hangynge beddes (N. Wdb.)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Hangmat is een volksetymologie voor hamaca, waarmee de inboorlingen der Caraïbische eilanden een hangend slaapnet aanduidden en welk woord in de reisbeschrijvingen der 16e en 17e eeuw herhaaldelijk voorkomt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hangmat ‘hangend net om in te liggen’ -> Duits Hängematte ‘hangend net om in te liggen’; Deens hængekøje ‘hangend net om in te liggen’; Deens † hængemåtte, hængemat ‘scheepskooi’; Zweeds hängmatta ‘hangend net om in te liggen’; Fins hängmatto ‘slaapplaats op een schip van zeildoek aan touw, dat aan twee kanten ergens vastgemaakt is’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hangmat hangend net om in te liggen 1627 [Van DonselaarTw. 8] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal