Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hallo - (groet)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Nog een aantal 19e eeuwse attestaties:

Louise M. Alcott, Onder moeders vleugels, vertaald uit het Engels, vermoedelijk 1876 [1]:

"Halo! oude heks, ik heb u noodig!"

H. Rider Haggard, Beatrice, vertaald uit het Engels door C. Baarslag, 1890 [2]:

“Hei!” riep hij, met een stentorstem. “Hallo daar!”

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

hallo tw. als groet of om de aandacht te trekken
Nnl. Hallo! als vertaling van Engels Halloo [1840; Bomhoff EN], hallo roepen [1843; Hooiberg EN], Hallo, hallo (in een gedicht) ‘uitroep om de aandacht te trekken voor wat gezegd wordt’ [1884; Groene Amsterdammer], hallo ‘uitroep als groet’ [1897; WNT].
Voor dit typisch spreektalige tussenwerpsel zijn oude schriftelijke attestaties schaars en onduidelijk. In bovenstaande oudste twee attestaties uit Engelse vertaalwoordenboeken wordt geen informatie gegeven over de functie van dit hallo, en bovendien is hallo in de corresponderende delen Nederlands-Engels niet opgenomen. Gezien de uitspraak van de WNT-redactie in 1897, dat hallo “thans b.v. aan den telephoontoestel zeer gebruikelijk” is (zonder oudere vindplaatsen te geven), en het feit dat deze laatste bewering ook geldt voor Frans allô, ouder hallo [1881; Rey] < Amerikaans-Engels hallo, lijkt het wrsch. dat woord en gebruik tegelijk met de telefonie zijn overgenomen uit het Amerikaans-Engels.
Over de verdere etymologie bestaat meer onduidelijkheid. Nevenvormen zijn hello en hullo [beide 19e eeuw; ODEE], eerder ook hillo [18e eeuw; ODEE], holla, hollo [beide 1588; BDE], steeds als uitroep om aandacht te trekken of als uitroep bij verrassing, bijv. bij onverwachte ontmoetingen. Men neemt aan dat de Engelse woorden weer teruggaan op Middelfrans holà letterlijk ‘hé daar’ [ca. 1350; Rey], maar ook het Middelhoogduits heeft al holā (waaruit ook hallo [15e eeuw; Pfeifer]) waarin men soms de imperatief van een werkwoord holen ziet, zie → halen, als roep aan een veerman. BDE denkt eerder aan een “natural formation” die onafhankelijk in meerdere talen heeft plaatsgevonden.
De veronderstelling (WNT Supp.) dat hallo een nevenvorm is van het oudere allo ‘tussenwerpsel ter aansporing tot een actie’ [1867; WNT allo] is niet wrsch., daar allo een heel andere gebruiksfunctie heeft, die overeenkomt met en afkomstig is van het Franse allons, een imperatiefvorm van aller ‘gaan’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

hallo [uitroep, groet] {1901-1925} vgl. hoogduits halloh, engels halloo, vermoedelijk in het nl. ontleend uit het eng., van to halloo [honden ophitsen], naast to hallow, oudengels hallowen < oudfrans halloer; klankschilderend gevormd, of van halen [haal op], een kreet uit de scheepvaart.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

allo eerst nnl., een bijvorm naast hallo. De afleiding uit fra. allons is niet bevredigend; in elk geval is het fra. allo (in het telefoonverkeer) niet uit allons ontstaan, maar uit het anglo-amerikaans overgenomen, wat dan ook wel met ons woord het geval zal zijn.

hallo tussenw., nhd. halloh, ne. halloo, nde., nzw. hallo is een scheepsterm: roep bij het inhalen van touw en dan voorzien van een versterkte vocalische uitgang.

hallo [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: zie Ts 85, 234 [1969].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

allo tusschenw., eerst nnl. Ook ndd. Uit fr. allons, evenals allé, nnd. (westf.) allèi uit fr. allez of aller.

hallo tusschenw., nnl. = nhd. halloh, eng. halloo, de. zw. hallo. Oorspr. de ndl.-ndd. infin. van halen met vervormden en vocalisch versterkten uitgang, ’t eerst zoo gebruikt in de schipperstaal.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

allo tuss., hetz. als hallo.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

hallo tw., s.nw.
Uitroep om iemand te groet of sy aandag te trek, of die uitroep self.
Uit Eng. hallo (1840 as tw., 1898 as s.nw.).
Eng. hallo is 'n latere vorm van hollo (1588 as tw.) wat verband hou met holla wat aangepas is uit Fr. holá (15de eeu).
D. hallo (15de eeu as tw.), Fr. allô (as tw.), Ndl. hallo (1901 - 1925 as tw.).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

hal’lo, hel’lo tw. (uitspr. altijd E: hel’lo), hallo. Hello, mooi* boy van Dada (Helman 1954a: 16). - Etym.: E.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

hallo ‘uitroep en groet’ -> Zweeds hallå ‘uitroep als groet’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins haloo ‘uitroep en groet’ ; Russisch aló ‘uitroep om de opmerkzaamheid te trekken’; Indonesisch halo ‘tussenwerpsel: wordt geroepen bij opnemen van de telefoon’; Minangkabaus halo ‘tussenwerpsel: wordt gezegd bij het telefoneren’; Papiaments haló ‘tussenwerpsel: wordt geroepen bij opnemen van de telefoon’ (uit Nederlands of Spaans).

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

ja. Het woord ja noemt men een tussenwerpsel: een woord dat op zichzelf een uitroepende zin vormt en daardoor buiten de grammaticale structuur van de zin staat. Iedere taal kent tussenwerpsels. Men maakt verschil tussen communicatieve tussenwerpels, dat zijn tussenwerpsels die een spreker en een hoorder veronderstellen, zoals ja, en emotionele tussenwerpsels, waarbij geen hoorder aanwezig hoeft te zijn, zoals ach of och.

Hoewel je zou denken dat iedere taal zijn eigen tussenwerpsels heeft, zijn ook deze woorden door het Nederlands uitgeleend aan andere talen. Dat zal onder andere komen door de grote frequentie van dergelijke woordjes in de spreektaal, waar ze vaak als stopwoordjes gebruikt worden, en door de behoefte aan variatie in het taalgebruik. Zo zijn bijvoorbeeld de communicatieve tussenwerpsels ja als uitroep ter bevestiging en nee als uitroep ter ontkenning uitgeleend. Het Indonesisch heeft 'ja' geleend als ya, bijvoorbeeld als antwoord op een vraag, ook in combinaties zoals ya, tentu saja 'ja natuurlijk'. Voor de verlengde vorm die in het Nederlands klinkt als jaaaaah, gebruikt het Indonesisch yah. Het Indonesisch heeft tevens de Nederlandse verbinding ja goed geleend: yahud betekent 'heel goed, fantastisch!' Behalve het Nederlandse leenwoord ya kent het Indonesisch ook eigen, erop lijkende woorden voor 'ja', namelijk de nadrukkelijke vormen iya, ia. Het feit dat deze woorden zo op de Nederlandse vorm lijken, zal de inburgering van het Nederlandse woord vergemakkelijkt hebben.

Voor 'nee' gebruikt het Indonesisch een eigen woord, namelijk tidak. Daarentegen heeft het Sranantongo het Nederlandse nee(n) geleend in de vorm ènèn. Voor 'ja' gebruikt men in het Sranantongo ai (teruggaand op het Engelse aye). Ook het Nederlandse ja is geleend als ya, dat echter meer de betekenis heeft van 'inderdaad', vergelijk ya no? 'echt waar?, o ja?' en ya baya 'ja hoor'. In het Papiaments tot slot is het normale woord voor 'ja' sí, sè, uit het Spaans. In informeel taalgebruik bezigt men echter het Nederlandse leenwoord ya. Voor 'nee' kent het Papiaments volgens de woordenboeken alleen , uit het Spaans.

Een aparte groep onder de communicatieve tussenwerpsels vormen de groeten, en ook daarvan zijn er enkele door andere talen overgenomen uit het Nederlands. Zo is de groet dag in het Indonesisch ontleend als dah. Ook komt voor dah-dah 'dag dag'. Daarnaast zijn goedendag, goedemorgen, goedemiddag en goedenavond letterlijk uit het Nederlands vertaald als selamat siang, selamat pagi, selamat soré en selamat malam. Hallo is in het Indonesisch geleend als halo. Hiervan is de prachtige afleiding halo-halo gemaakt, gebruikt voor een 'microfoon'. Het werkwoord berhalo-halo betekent 'aan de telefoon praten, telefoneren'. In het Papiaments is eveneens hallo geleend - haló wordt echter niet gebruikt als groet, maar in de zin van 'hallo bij een telefoongesprek'.

Het Nederlands heeft ook emotionele tussenwerpsels, waarbij geen hoorder aanwezig hoeft te zijn, uitgeleend, zie wacharme(n). Een speciale subcategorie hiervan vormen de vloeken, bastaardvloeken en krachttermen, waarvan zijn uitgeleend jeminee en verdomme.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

hallo tussenwerpsel: uitroep en groet 1909 [WNT smeerpoets] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut