Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

hack - (computerkraak)

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

hack zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = programmeertruc, slimmigheidje, codekunstje.
= geheugenbeslag.

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

hack (← Eng.), computerkraak; het op illegale wijze binnendringen in grote computernetwerken of databanken. Dit hacken* gebeurt door hackers*. In het Engels wordt hack in deze betekenis al gebruikt sinds het begin van de jaren zestig, bij ons is het woord eind jaren zeventig ingeburgerd geraakt.

Ten einde raad hebben ze dan maar zelf een hack georganiseerd. (Panorama, 29/11/88)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal