Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

haarklover - (muggenzifter)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

haarkloven ww., komt eerst sedert de 17de eeuw op, vgl. mnd. hārklōver, de. haarkløver, zw. hårklyvare; daarnaast zuidnl. haarkliever, haarzifter, haarsplijter, nhd. haarklauber, haarspalter, ne. hairsplitter.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

haarkloover znw., sedert de 17. eeuw en alleen overdrachtelijk. Evenzoo mnd. hârklôver > de. haarkløver, zw. hårklyfvare. In gelijke bet. zuidndl. haarkliever, haarzifter, haarsplijter, hd. haarspalter m., eng. hair-splitter.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

haarklover: bemoeizuchtig, pedant persoon; iemand die voortdurend opmerkingen maakt over beuzelarijen; vitter; muggenzifter*; azijnzijker*. Eigenlijk: iemand die (in figuurlijke zin) een haar splijt. Het werkwoord ‘hairklooven’ vinden we o.a. terug bij Justus van Effen (De Hollandsche Spectator, 1732). Vgl. Duits: Haarklauber; Silbensticher; Frans: coupeur de cheveux en quatre; fricasseur de mille-pattes. Engelsen gebruiken o.a. de term nitpicker of hairsplitter.

Hendrik Haarklover was de titel van een strip die van 10 oktober 1953 tot 23 januari 1954 wekelijks in Het Parool verscheen.

Hij is het in den aanvang gewoonlijk eens met den tegenstander van Sokrates, en vindt dezen allicht een onpraktischen haarklover, waar zijn tegenpartij het recht en het gezond verstand op zijn zijde heeft. (Ch.M. van Deventer, Platonische Studiën. De Protagoras door Ch.M. van Deventer, in: De Nieuwe Gids, 1893)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

haarklover ‘muggenzifter’ -> Deens hårkløver ‘muggenzifter’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors hårklø(y)ver ‘muggenzifter’ (uit Nederlands of Nederduits).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

762. Een haarkloover

is iemand, die een haar klooft, vaneen splijt, doch in figuurlijken zin, iemand, die beuzelachtige onderscheidingen maakt, nietige verschillen wil opmerken, een muggezifter, een vitter, een gortenteller, zemelknooper (Sart. II, 10, 93), azijnzeiker (Antw. Idiot. 1551). Zie Campen, 95: t' Is een recht hayr cloever; Harrebomée III, 210; Ndl. Wdb. V, 1448. In Zuid-Nederland zegt men in denzelfden zin een haarkliever, haarzifter en haarsplijter; fr. un homme à fendre un cheveu en quatre; mnd. hârklôver; hd. ein Kümmelspalter; Haarklauber, -spalter; eng. a hairsplitter; ook in 't Zweedsch en Deensch is het bekendFranck-v.Wijk, 223..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut