Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

haar - (hoogte in het veld)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

haar3* [hoogte in het veld] {in de plaatsnaam Manheri, nu Mander (Overijssel) <797>} het woord komt alleen in plaatsnamen en dialect voor; verwant met oudhoogduits harug, oudengels hearg [bos, heiligdom], oudnoors hǫrgr [steenhoop, offerplaats]; buiten het germ. oudiers carric [klip].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

haar 2 znw. v. ‘hoogte in een heide, begroeide hoge heide’ (oostelijke dial. en in plaatsnamen), nnd. hār, haar. Indien men verbinden met zw. dial. har ‘steenachtige grond’, dan kan men uitgaan van een grondvorm *harha, waarnaast *harga in ohd. harug, oe. hearg ‘bos; heiligdom’, on. ho̦rgr ‘steenhoop, offerplaats’, dat verder te verbinden is met oi. šarkarā- ‘steen’, gr. krókē ‘stenig strand’, oiers carric ‘klip’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

haar 2 v. (hoogte in de heide), + Ndd. har; hierbij Ohd., Mhd. hare, harwe = ruig, en zoo wellicht verwant met haren.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

haar 'zandige rug'
Het toponymisch grondwoord onl. har, nnd. haar 'zandige rug' wordt verwant geacht met zwe. dial. har 'steenachtige grond'. Men gaat uit van een grondvorm germ. *harha, waarnaast *harga in ohd. harug, oe. hearg 'bos, heiligdom', ono. horgr 'steenhoop, offerplaats', dat verder te verbinden is met Grieks króke 'stenig strand', Oudiers carric 'klip'1. Onl. heri, dat veelvuldig voorkomt in oude plaatsnamen, is ontstaan uit een afleiding van har met het plaatsnaamvormende suffix -ja-. Het kerngebied van de haar-namen is Gelderland-Overijssel-Westfalen2.
Oudste attestaties in plaatsnamen: 991-998 in oppido Harburc (ligging onbekend, bij Bunde en Itteren)3, ca. 1170-11804 curtim aput Haren (→ Borgharen)5, 1191 Egenus de Haren (→ Haren2)6. Verder (maar bij het merendeel is het onzeker of hier sprake is van haar): 785-797 kopie 9e eeuw villam Walichrum (→ Walcheren)7, 875 vervalst? kopie 12e eeuw UUlfrum (→ Wolferen)8, ca. 1047 kopie 12e eeuw Subenhara (→Zevenaar)9, eind 11e eeuw apud Baluaram (→ Balveren)10, 1107 kopie 13e eeuw Machera (→ Macharen)11, 1200 kopie 1305 Wasnare (→ Wassenaar)12.
Lit. 1De Vries 1971 229, 2MVN 30 (1954) 101, 3Künzel e.a. 1989 164, 41152, 5Künzel e.a. 1989 95, 6Idem 165, 7Idem 381, 8Idem 407, 9Idem 416, 10Idem 77, 11Idem 237, 12Idem 386.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

haar* hoogte in het veld 0797 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut