Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ha - (tussenwerpsel: uitroep van blijdschap)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ha tuss., + Hgd., Eng., Fr. id.: onom.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ha ‘uitroep van blijdschap’ -> Negerhollands ‘uitroep van blijdschap’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ha* tussenwerpsel: uitroep van blijdschap 1330 [MNW]

Overige werken

Julius Pokorny (1959), Indogermanisches Etymologisches Wörterbuch, Bern.

hā̆ ‘ha! ach!’ Interjektion des Erstaunens, der Erleichterung

In gewissen Interjektionen ist wohl ein anlautendes h- oder eine Art gutturaler Spirans anzunehmen; s. auch oben S. 293 und unter kha kha.
Ai. ha, gr. ἇ, lat. , nhd. ha.

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal