Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gunstig - (gunstig (gezind), voordelig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gunstig bn. ‘gunstig (gezind), voordelig’
Mnl. Enen vrient ..., die u si jonstich ende getrouwe ‘Een vriend die u goed gezind is en trouw’ [ca. 1300; MNW]; soo zuelen wi, here van Kuyc, hem een gonstich here wesen ‘daarom zullen wij, heer van Kuik, voor hen een goedgunstig heer zijn’ [1343-71; MNW].
Afleiding van het zn.gunst met het achtervoegsel → -ig.
Mnd. gunstich; mhd. gunstic, günstic; nhd. gunstig); ofri. gunstich (nfri. geunstig); nzw. gunstig < mnd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gunstig bnw. Afl. van gunst. Sedert het Mnl., Mhd., Mnd.; owfri. gonstich, gunstich, yonstich is ontleend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gunstig ‘voordelig’ -> Deens gunstig ‘voordelig’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors gunstig ‘voordelig’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut