Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gum - (stuk materiaal om potlood of inkt uit te wissen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gum zn. ‘stuk materiaal om potlood of inkt uit te wissen’
Nnl. gom, eerst in de samenstelling gom-elastiek ‘(een stukje) veerkrachtig rubber waarmee potloodschrift kan worden uitgewist’ [1806; WNT gom-elastiek], dan in de samenstelling vlakgom, letterlijk ‘gom om vlekken mee te verwijderen’: uit zachte caoutchouc wordt radeer-gomelastiek vervaardigd ..., het z.g. “vlakgom” [1912; WNT vlakgom], vlakgom ‘gomelastiek, stuf’ [1914; van Dale stuf], dan de verkorting gom ‘stukje gomelastiek om vlekken uit te vegen, vlakgom’ [1919; Koenen], en de verkorting (uitsluitend in de verkleinvorm) vlakje [1923; WNT vlak], ook gommetje [1946; Kramers III]. Vormen met u zijn jong: gum, gummetje [1950; van Dale].
Verkorting van gom-elastiek, een benaming die een eeuw ouder is dan de benaming vlakgom. Gom-elastiek is een samenstelling van → gom 1 en → elastiek. Vlakgom, gevormd met de stam van werkwoord → vlakken ‘uitwissen’, is zelf ook weer verkort tot gom.
De nevenvorm gum is wellicht ontstaan ter onderscheiding van het homoniem → gom 1. In het hedendaagse Nederlands heeft het de vorm gom grotendeels verdrongen. Hetzelfde geldt voor het bijbehorende werkwoord gommen > gummen, zie onder. De samenstelling → kauwgom is daarentegen nog steeds gelijkwaardig aan de nevenvorm kauwgum.
gummen 2 ww. ‘uitwissen met een vlakgom’. Nnl. uitgommen ‘id.’ [1924; van Dale], gummen [1956; WNT vlak IV], uitgummen [1984; van Dale HN]. Afleiding van het zn. en/of verkorting van uitgommen/-gummen. De vorm gommen is zeldzaam, ongetwijfeld ook hier t.g.v. de homonymie met gommen ‘met gom bestrijken’ (zie → gom 1).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

gum zn. Ontleend aan het Engels.
= (vlak)gom.
[alg.] = herdenking, herdenkingsbijeenkomst.
[alg.] = ik citeer, ik haal aan.
= snuiver, geurgeiler.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gum(mi) (Latijn gummi)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal