Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

guerrilla - (ongeregelde oorlogsvoering; guerrillastrijder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

guerrilla zn. ‘oorlog door middel van (individuele) aanslagen; guerrillastrijder’
Nnl. guerilla, guerrilla “een kleine krijg van hier en daar verstrooide troepen” [1824; Weiland], guerillas ‘ongeregelde Spaanse strijders’ [1847; Kramers].
Via Engels guer(r)illa ‘guerrillastrijder’ [1809; OED], dan ook ‘guerrillaoorlog’ [1819; OED] of Frans guérilla ‘guerrillastrijder’ [1812; TLF] ontleend aan Spaans guerrilla [1535; Corominas]; het Spaanse woord guerrilla ‘troep ongeregelde strijders, kleine groep schermutselaars’ is het verkleinwoord van guerra ‘oorlog’, dat weer aan het Germaans is ontleend: Frankisch *werra, Oudhoogduits werra ‘oorlog’ en (via Picardisch werre) Nieuwengels war ‘oorlog’, zie → war ‘verwarring’. De betekenis ‘guerrillaoorlog’ heeft zich ontwikkeld uit de Spaanse verbinding guerra de guerrillas, wat letterlijk ‘oorlog van de oorlogjes’ betekent. Het betreft hier specifiek de guerrillaoorlog die kleine groepen Spanjaarden van 1808 tot 1814 tegen de binnenvallende Franse legers van Napoleon voerden. Naar aanleiding van deze strijd werd het woord overgenomen in het Frans en het Engels en kwam het vervolgens via een van deze talen ook in het Nederlands terecht. De betekenis ‘guerrillastrijder’ is ontleend aan het Engels.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

guerrilla [strijd van ongeregelde troepen] {1824} < spaans guerrilla, verkleiningsvorm van guerra [oorlog] < middeleeuws latijn guerra, werra [tweedracht, oproer, oorlog], werrare, guerrare [oorlogvoeren], ontleend aan het germ., vgl. (ver)weren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

guerrilla s.nw.
1. Oorlogvoering deur ongereelde, meestal inheemse strydkragte. 2. Kryger wat deelneem aan 'n guerrillaoorlog.
Uit Eng. guerrilla (1819 in bet. 1, 1909 in bet. 2).
Eng. guerrilla uit Sp. guerrilla, die verkleinw. van guerra 'oorlog'.
Ndl. guerrilla (1824).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

guerrilla: “lid v. ongereelde oorlogsbende”; in Afr. gew. in ss. guerrillaoorlog; via Ndl. of Eng. (albei sedert begin 19e eeu) guerrilla, (eint. dgl.) “oorlog(voering)”, uit Sp. guerrilla, dim. v. guerra, “oorlog”.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

guerilla [strijd van ongeregelde troepen]. Dit woord behoorde eigenlijk guerrilla geschreven te worden, want het is een Spaans diminutief van guerra, oorlog. De letterlijke betekenis is dus ‘kleine oorlog’, dat is een oorlog die, althans van één zijde, gevoerd wordt door ongeregelde, aan geen militaire tucht onderworpen troepen, die zich in het gebergte of in de bossen schuilhouden en in kleine partijen hun tegenstanders overvallen en zoveel mogelijk afbreuk doen, om zich dan weer ten spoedigste voor hen te verbergen. In zo’n oorlog vallen dus geen veldslagen voor en vinden geen geregelde belegeringen plaats. Men heeft echter in Spanje de naam guerrilla ook overgedragen op de ongeregelde benden zelf die op deze wijze oorlog voeren, met dien verstande, dat dan doorgaans in het meervoud guerrillas wordt gebruikt.

De Fransen, dit woord overnemende, hebben daarin een van de r’s laten vallen en schrijven dus guerilla, wat bij het gebruik in onze taal wordt nagevolgd. Men spreekt bij ons ook wel van een guerilla-oorlog, een uitdrukking die natuurlijk onbestaanbaar is als men guerilla in de oorspronkelijke betekenis opvat, maar zich zeer goed laat verdedigen als men denkt aan een oorlog, door guerillas of ongeregelde troepen gevoerd. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

guerrilla ‘kleine oorlog’ (Spaans guerrilla); ‘guerrillastrijder’ (Engels guer(r)illa)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Guerilla (Spaansch; letterlijk: kleine oorlog) was in Spanje de naam voor de benden van land- en herdersvolk, die bij vijandelijke invallen of binnenlandsche onlusten den “kleinen oorlog” op eigen hand voerden; zij leverden n.l. geen groote gevechten, maar zwermden meer om den vijand heen. Thans noemt men guerilla de wijze van oorlog voeren, wanneer de vijand wordt lastig gevallen en afgemat door kleine rondtrekkende legertjes van inlanders, zooals bijv. de Boeren in het laatst van den Zuidafrikaanschen oorlog tegen de Engelschen streden, of door de volksstammen in de Balkanstaten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

guerrilla ‘strijd van ongeregelde troepen’ -> Indonesisch gerilya ‘strijd van ongeregelde troepen’;? Makassaars † gurîlla ‘zwarte handel’; Menadonees bagorèla ‘een guerillastrijd voeren’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

guerrilla [strijd van ongeregelde troepen] (1821). In 1821 stichtte vrijheidsstrijder Simón Bolívar de Republiek Gran Colombia (ongeveer het huidige Venezuela, Colombia, Panama en Ecuador), onafhankelijk van Spanje. Ook Peru, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica, Mexico en de Dominicaanse Republiek verklaarden zich dat jaar onafhankelijk van Spanje. Dit alles ging niet zonder slag of stoot. En het is dan ook niet verbazingwekkend dat vanaf dit jaar het Spaanse woord guerrilla voor ‘strijd van ongeregelde troepen’ in het Nederlands bekend wordt. In het Spaans heeft guerrilla een andere betekenis, namelijk ‘troep ongeregelde strijders, kleine groep schermutselaars’. Het is het verkleinwoord van guerra ‘oorlog’ . De betekenis ‘guerrillaoorlog’ is ontstaan uit guerra de guerrillas, wat letterlijk ‘oorlog van de oorlogjes’ betekent.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

guerrilla strijd van ongeregelde troepen 1824 [WEI] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut