Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grootopperhoofd - (stamhoofd)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

groot’opperhoofd (het, -en), stamhoofd van een bosnegerstam*. In 1857 werd voor het eerst aan het ’Groot-opperhoofd’ van de Djoeka’s* een klein jaargeld toegekend (Enc.NWI. 155). - Etym.: Oudste vindpl. Teenstra 1835 II: 169 (groot opperhoofd). Het is de officiële term geworden. - Syn. granman* (1).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal