Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

groggy - (waggelend, dronken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grog zn. ‘alcoholische drank met heet water’
Nnl. het aldus tot grog hervormde water [1837; Olivier, 30], er kwam wijn binnen voor de dames, en er werd grog gemaakt voor de heeren [1840; WNT], in samenstellingen: zoo heeft men jenevergrog, rumgrog, enz. en zelfs wijngrog [1858; WNT wijn].
Ontleend aan Engels grog ‘sterke drank aangelengd met water’ [1770; OED]. Men veronderstelt dat grog teruggaat op de bijnaam Old Grog van de Engelse admiraal Edward Vernon (1684-1757), die bij slecht weer een mantel van grogram, ouder grograin, grosgrain, omsloeg, Nederlands verouderd grogrein, grofgrein ‘zekere weefsel, in nabootsing van zijde gemaakt’ [1599; WNT]. Deze admiraal gaf in 1740 het bevel het oorlam van de matrozen voortaan aan te lengen met water.
Engels grosgrain is ontleend aan Frans gros-grain ‘id.’ [1611; Rey], samenstelling van gros ‘grof’ en grain ‘textuur van een stof’, hetzelfde woord als → graan en → grein. Ook in het Nederlands is dit Franse woord ontleend geweest, als grogrein, naast grofgrein door associatie met → grof.
groggy bn. ‘onvast op de benen door duizeligheid’. Nnl. groggy geslagen ‘duizelig, half bewustloos geslagen’ [1932; WNT Aanv.]. Ontleend aan Engels groggy ‘wankel, aangeslagen’ [1832; OED], een uitbreiding van de eerdere betekenis ‘dronken, aangeschoten’ [1770; OED], een afleiding van grog. ♦ grogstem zn. ‘schorre stem’. Nnl. grogstem ‘stem, die ten gevolge van het gebruiken van grog of andere sterke dranken hees, schor is geworden; bij uitbreiding ook toegepast op een van nature hees, schor stemgeluid’ [1893; WNT]. Samenstelling van grog en → stem.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

groggy [waggelend] {1926-1950} < engels groggy, afgeleid van grog, dus gezegd van iem. die een glas te veel heeft gedronken.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

groggy bn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = suf, versuft, verdoofd, daas, roezig; aangeslagen, beduusd. Nog versuft door de kaakslag wankelde hij naar buiten.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

groggy waggelend, dronken 1932 [Aanv WNT] <Engels

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

groggy (Engels groggy)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal