Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grit - (schelpengruis)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grit zn. ‘schelpengruis’
Nnl. geef hun (de duiven) ... grit of fijngemalen oesterschelpen [1903; WNT Aanv.], grit ‘gemalen schelpen voor kippenhouders’ [1914; van Dale], tegenwoordig ook grit ‘fijngebroken natuursteen, o.a. in de wegenbouw in slijtlagen verwerkt’ [1984; van Dale].
Ontleend aan Engels grit ‘(steen)gruis’, dat verwant is met → grut en → gort.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

grit2* [schelpengruis] {1901-1925} behoort bij grut1 en verwanten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

grit m., zie griet 2.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

grit* schelpengruis 1903 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut