Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grind - (kiezels)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grind zn. ‘kiezels, verzameling meestal afgerond kleine stenen’
Vnnl. eerst het werkwoord grinden, grenden ‘malen’ in gegrendet worden (als 't graen tusschen de mole-steenen gemalen) [1643; WNT grinden I]; dan nnl. grind ‘dat wat gemalen is’, meer i.h.b. ‘grof boekweitmeel’ [grint 1809; Wdb. ND], het grind van tarwemeel [1820-29; WNT], grind of grinte ‘meel’ [1833; WNT] en ‘kiezels, kleine stenen’ in grind ... wordt ... van den bodem der rivier opgehaald [1820-29; WNT]. Veel eerder bestond al grind ‘schurft, uitslag’, dat misschien hetzelfde woord is: mnl. grynt. ruyt. schorft ‘schurft, uitslag’ [1477; Teuth.]; vnnl. grinde ‘schurft’ [1599; Kil.].
Mnd. grint ‘uitslag, schurft’; ohd. grint (nhd. Grind ‘uitslag, schurft’); nfri. grint ‘grind’; oe. grindan ‘wrijven, malen’ (ne. grind); got. *grinds ‘fijngewreven, verpletterd’; < pgm. *grind(an)-; daarnaast ablautend: nnd. grand ‘zand’; on grandi ‘zandbank’, nzw. grand ‘stofje, deeltje’.
Verwant met: Latijn frendere ‘stukwrijven, knarsetanden’; en misschien Grieks khóndros ‘korrel’ (indien < *khróndros); Litouws gręsti (1e pers. ev. grendžiu) ‘wrijven, schrapen’; bij pie. *ghren-d(h)-, een uitbreiding van de wortel pie. *ghren- ‘wrijven, malen’ (IEW 459). Misschien verwant met → grond.
Wrsch. moet inderdaad uitgegaan worden van een grondbetekenis ‘dat wat gewreven of gemalen is’, waarbij dan grind door het water rond en gladgeschuurd is en meel tussen molenstenen gemalen is; grind ‘schurft’ zou hetzelfde woord kunnen zijn, omdat daarmee een korrelige uitslag gepaard gaat.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

grind2* [kiezels] {1820-1829} in oostelijke dialecten grind [grof meel dat overblijft na het verwijderen van de bloem], fries grint [grind], in het middelnl. kwamen grinde, grint voor in de betekenis ‘huiduitslag’, vgl. verder oudnoors grand [zand, grind] (ablautend), oudengels grindan (engels to grind) [fijnwrijven], oudengels, engels grist [te malen koren]; buiten het germ. litouws gręsti [wrijven], albaans grunde [zemelen]; de basisbetekenis is ‘fijnwrijven’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

grind 1 ook grint znw. o., eerst na Kiliaen, waarschijnlijk uit oostelijke dialecten, vgl. in saks. dialecten grind ‘grof meel na de afscheiding van de bloem door het builen’, fri. grint, oostfri. grind, grint ‘grind’. Daarnaast mnl. grinde, grint, ohd. grint, mnd. grint ‘uitslag, schurft’. Met ablaut: on. grand ‘korreltje; zand, grind’, grandi ‘zandbank’. Vgl. ook oe. grindan (ne. grind) ‘fijnwrijven’. — gr. chóndros ‘gort, koren’, lat. frendo ‘fijnwrijven’, lit. gréndu, grę́sti en gréndžiu, grę́sti ‘hard wrijven, schuren’ — Idg. wt. *ghrendh is afl. van *ghren ‘fijnwrijven’ (IEW 459). — Zie: griend, gruis, gort en grond.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

grind, grint znw., o., nog niet bij Kil. In de saks. diall. ook = “grof meel, ǹa de bloem door ʼt builen van de tarwe afgescheiden”. Ook fri. grint, oostfri. grind, grint beteekenen “grind”. Mnl. grinde, grint v. “uitslag, schurft” (nog dial.), ohd. grint (nhd. grind) m., mnd. grint m. “id.” mag hiervan niet gescheiden worden. Met ablaut ndd. grand “zand”, ijsl. zw. de. grand “stofje, klein deeltje”. Verwant is verder ’t ww. ags. grindan (eng. to grind) “wrijven, malen”, en buiten ʼt Germ. lat. frendo “ik wrijf stuk, knars met de tanden”, lit. gréndu, grę́sti “wrijven, schuren”. Idg. ghrendh- komt van een korter gh(e)ren-, waarvan misschien gr. khraínō “ik strijk over iets heen”, khóndros “korrel, brij” (*khróndros); dit gh(e)ren- weer van een korter gher-, vgl. gr. khermás “steen, slingersteen”, khérados, kherás “kiezelzand”, lit. gurus “bros”, oi. ghárṣati “hij wrijft”, lat., furfur “zemelen”, misschien ook russ. goróch “erwt” (slav. *gorchŭ; dit en oi. ghárṣati van een verlengde basis gher-s-, ghor-s-). Verder kunnen gr. khrī́ō enz. (zie bij grimas) hierbij hooren (van een verlengde basis gh(e)rĭ-) benevens de basis gh(e)rŭ-, waarvan gort, griend, gruis.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

grind. Bij de ablautende woorden met a wsch. ook on. grandi m. ‘zandbank’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

grint , verscherping van grind.

grind v., Mnl. grint + Ndd. en Hgd. grind, grint: van een werkw. dat alleen bestaat in Ags. grindan (Eng. to grind) = malen + Lat. frendere, Lit. gréndu, Gr. khríein, Skr. wrt. ghṛṣ. — Grind = schurft, is hetz. w., nl. korrelige uitslag.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Grind, van denzelfden wortel als ’t Angelsak. grindan en ’t Eng. to grind = fijn wrijven, vermalen, knarsen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

grind ‘kiezels’ -> Frans dialect † grente ‘grindafzetting in rivierbed’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

grind [kleine keitjes] (1820). Gerrit Nieuwenhuis publiceerde in 1820 het eerste deel van het achtdelige Algemeen Woordenboek van kunsten en wetenschappen (1820-1829). In dit woordenboek staan diverse vreemde termen die niet eerder in een woordenboek waren opgenomen, zoals autodafe, enfilade, entomologie, efemere, Eskimo, esplanade, grind, waringin, wodanium en zirkoonaarde.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

grind* kiezels 1820-1829 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut