Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grime - (beschildering van het gezicht, schmink)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grime zn. ‘beschildering van het gezicht, schmink’
Nnl. grime ‘gelaatsbeschildering van toneelspelers’ in zelfs door mijn kijker is de grime nog zóó natuurlijk [1888; WNT Aanv.], op het tooneel en buiten het tooneel, mét en zónder grime [1922; WNT Aanv. schminken].
Ontleend aan Frans grime ‘kunstmatig opgebrachte rimpels’ [1894; Rey], eerder al grime ‘acteur die een komische grijsaard speelt’ [1825; Rey], grimme ‘personage van komische grijsaard’ [1778; Rey], nog eerder in faire la grime ‘pruilen, gezichten trekken’ [1694; Rey], wrsch. een afleiding van grimace, zie → grimas.
grimeren ww. ‘schminken’. Nnl. benoodigdheden voor 't grimeeren en blanketten [1888; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans grimer ‘schminken’ [1827; Rey], ‘kunstmatige rimpels opbrengen’ [1823; Rey], een afleiding van grime.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut