Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grietenij - (schoutambacht in Friesland aan het hoofd waarvan een grietman stond)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grietenij zn. ‘schoutambacht in Friesland aan het hoofd waarvan een grietman stond’
Mnl. eerst alleen de functie: de greetmans en rechters ‘de grietmannen en rechters’ [1418; MNW grietman], de ... grietman myt sine mederechters [1452-1501; MNW grietman]; dan vanaf eind 15e eeuw (WNT) ook het ambtsgebied, ook in niet in het Fries gestelde teksten; vnnl. (mv.) grietenyen ‘ambtsgebieden van grietmannen’ [1525; WNT vrouwenbroeder], grietenie [1580; WNT resignatie], grietenije ‘dorp, gouw, rechtszetel’ [1599; Kil.].
Ontleend uit Oudfries grētane, gretene, later *grietene ‘rechtsgebied’, met aanpassing van het achtervoegsel aan Middelnederlandse abstracta op -ie, zoals ook gebeurde in → woestenij uit mnl. woestene. Het woord is een afleiding van Oudfries grēta ‘voor het gerecht dagen’, dat hetzelfde woord is als → groeten.
In 1851 werd bij de invoering van de gemeentewet de term grietenij vervangen door gemeente.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

grietenij [vroegere bestuurlijke eenheid in Friesland] {1525} van oudfries greta [aanklagen, dagvaarden] → groeten.

grietman [hoofd van een grietenij] {1299-1356} < fries grytman, van oudfries greta [in rechte aanspreken] → groeten.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

grietenij znw. v. friese term voor ‘onderdeel van een gouw, schoutambacht’; voor het grondwoord griet zie: groeten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

grietenij, grietman. Friesche woorden. Zie groeten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

grietenij, grietman v. resp. m., uit het Fri., waar ze gevormd zijn van gréta = aanspreken in rechte (z. groeten); cf. Hgd. greuthungen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

grietenij (Fries gritenij)
grietman (Fries grytman)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut