Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

greppel - (ondiepe sloot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

greppel zn. ‘ondiepe sloot’
In het mnl. in het ww. gruppele ‘graven van greppels’ [1245; Slicher van Bath]; vnnl. grippelen ofte riollen ‘greppels of riolen’ [1578; WNT Supp. afdelven], greppel [1612; WNT], gruppelen (mv.) [ca. 1665; WNT]; nnl. naast greppel gewestelijk nog grippel, gruppel.
Verkleinwoord bij mnl. greppe ‘goot, greppel, riool’ [1384-1407; MNW], grippe ‘id.’ [1477; MNW]; vroegnieuwnederlands greppe, grippe, gruppe ‘sloot, gracht, ploegvoor’ [1599; Kil.]; ook Middelnederduits gruppe ‘goot’. Aangezien het Middelnederduits alleen gruppe kent, het Limburgs alleen grubbe, het verkleinwoord in de oudste bron gruppel is en greppe, grippe vooral Vlaamse vormen zijn, mogen we *gruppe(le) als de oudste Nederlands vorm beschouwen, waaruit door westelijke ontronding greppe(le), grippe(le) zijn ontstaan.
Deze basis *grup(p)- vinden we ook in mnd. gropen ‘uithollen’ < *grup-, nzw. (dial.) gröpa ‘uitgraven’, on. greypa ‘invouwen’ < pgm. *graup-. Voorts mnl. groppe(n), nnd. Groppen ‘ketel, pot’, ohd. groppo ‘soort krab’ < pgm. *grupp-an-; en mhd. grope ‘kookpot’, mnl. grope ‘pot’, mnd. grope, grape ‘kookpot met drie poten’ < pgm. *grup-an-. De vormen met -p(p)- hebben zich uit de wortel pgm. *grab- ‘graven’, zie → graven, ontwikkeld in vormen met een n-suffix en een secundaire nultrap: *grub-n- > *grupp-. Van de rekkingstrap *grōb- (bijv. in de verleden tijd ‘hij groef’, en zie → groeve, → groef) is (misschien met analogische p) pgm. *grōpō ‘goot, groeve’ gevormd: mnl. groepe ‘goot, greppel’ (nnl. groep ‘stalgoot’); mnd. grōpe ‘plas, goot’; ofri. grōpe ‘mestkuil’ (nfri. groppe ‘mestgoot; greppel’); on. gróp ‘goot’ (nzw. grop ‘kuil’).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

greppel* [ondiepe sloot] {gruppele [goot, greppel, riool] 1245} van gravengreb.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

greppel znw. v., dial. ook gruppel, grippel, nnd. greppel, grüppel, vgl. mnl. greppe, grippe ‘greppel, sloot, riool’, ook nnl. dial. greppe, gruppe en grep, grup v. Met ander vocalisme staat daarnaast groep 2. — Opmerkelijk zijn deze vormen met p, daar zij toch uiteindelijk tot de groep van graven behoren; dat is dus dezelfde wisseling als die tussen grabbelen en oe. græppian waarvoor geen wortels *ghrebh en *ghreb zijn aan te nemen, maar door behoefte tot intensivering is de vorm met -pp- ontstaan (afl. van pp < idg. bhn is minder waarschijnlijk).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

greppel znw., dial. ook gruppel, grippel. = ndd. greppel, grüppel. De u-vormen kunnen deels dial. u uit e hebben, deels met de e-vormen ablauten. Mnl. komt greppe, grippe v. “greppel, goot, riool” voor, dat nog dial. bewaard is; nnl. dial. ook grup(pe), reeds bij Kil. Greb(be) en grep(pe) zijn moeilijk uit elkaar te houden. De vorm grub(be), sedert Kil., zal wel — hetzij klankwettig, hetzij analogisch — naast greb(be) zijn opgekomen en geen oude ablautende vorm zijn. Met u-vocalisme ook mnd. gruppe v. “goot”, en met germ. ô: mnl. groepe v. “goot, greppel” (nog dial., hier en daar met umlaut), mnd. grôpe “plas, goot in den stal voor mest en gier”, ofri. grôpe v. “kuil voor mest”, on. grôp v. “goot”. Deze woordfamilie sluit zich bij graven aan evenals mnd. gropen “uithollen”. De secundaire basis met p kan haar uitgangspunt gehad hebben in klankwettige vormen met pp uit idg. bhn.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

greppel (slot). Over germ. pp < idg. bhn zie bij bakken Suppl. le alin.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

greppel v., + Ndd. gruppel, Eng. gripple, dimin. van grep.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

grip: gew. dim. grippie, “voortjie” (WAT vermeld nie greppel nie, wat nog voorkom); Ndl. grep(pe)/grip(pe)/grup(pe), vorme op -pe almal ook op -pel (Mnl. greppe/grippe, so by Kil met gruppe en grubbe daarby), lg. in het. “slootjie” wsk. die oudste van dié vorme en verw. aan Eng. grip, “ditch”, verderop verb. m. graaf/grawe, “uithol”; v. ook Kloe HGA 303.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

greppel: lelijke lesbische vrouw. Kijk onder dijk*.

dijk: (Bargoens) grote, seksueel erg aantrekkelijke vrouw; meer specifiek ook: een lesbische met mannelijke allure (Amerikaans slang dyke wordt in dezelfde zin gebruikt en zou wel eens afgeleid kunnen zijn van ons Nederlandse woord). Aanvankelijk had het woord een negatieve klank maar vanaf de jaren zeventig werd dijk een geuzennaam. Tegenwoordig wordt het woord meer neutraal gebruikt. Een scheldwoord voor een lelijke lesbienne is een greppel (een woordspeling op dijk).

Het woord ‘dijk’ of ‘manwijf’ was een vernederend scheldwoord als het werd gebruikt door hetero’s, vooral door heteromannen die bang zijn voor lesbische vragen ten aanzien van hun mannelijkheid. (Emily L. Sisley & Bertha Harris, Homoseksualiteit bij vrouwen, 1981)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Greb of grub, verkleinw. greppel, afl. van graven, van den Germ. wt. grab = graven.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

greppel ‘ondiepe sloot’ -> Duits dialect Grüppe, Grüppel, Grippe ‘smalle sloot, giergoot’; Surinaams-Javaans krèpel ‘ondiepe sloot, goot’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

greppel* ondiepe sloot 1245 [Slicher]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut