Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grauw - (gepeupel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

grauw2* [gepeupel] {1588} is het zelfstandig gebruikte bn. grauw, middelnederlands grau [grijze stof], gedragen door geestelijken (vgl. grauwe monniken) en door geringe lieden. Vgl. frans grisette [grijze stof en vervolgens scharreltje].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

grauw 2 znw. o., sedert Kiliaen aanduiding voor het lagere volk, dat in het algemeen grauwe kleren droeg. Later bijzonder voor ‘gepeupel’ gebruikt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

grauw II (gepeupel) znw., o., sedert Kil. Zelfstandig gebruikt onz. van het bnw. grauw I, dat = “gepeupel” gebruikt werd, omdat ʼt lagere volk vooral grijze kleeren droeg. Mnl. grau znw. o. = “1. grauw bont, 2. grauwe stof, door geestelijken en armen gedragen”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

grauw 2 o. (gepeupel), is grauw 1. zelfst. gebr. en = 1. grove grijze wollen stof, 2. het in het grauw gekleede volk; zoo Fr. grisette = 1. laine grise, 2. femme du commun.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Grauw = gepeupel, daar vroeger de lijfeigenen in een grauwe stof gekleed waren.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

grauw* gepeupel 1588 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut