Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gratis - (kosteloos)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gratis bn. ‘kosteloos’
Vnnl. dat alle ... vergeven sullen worden gratis ‘dat alle ... kosteloos zullen worden uitgegeven’ [1539; WNT grietenij], gratis ende prodeo ‘kosteloos en voor niets’ [1625; WNT pro], ... door dien de Officieren geen tractement en trocken, sij die gratis souden hebben ‘... doordat de officieren geen tractement ontvingen, men aan hen geen kosten zou hebben’ [1688; WNT trekken]. Ook de vorm gratuit heeft in de betekenis ‘zonder kosten’ enige tijd bestaan: nnl. deze gratuite Leer-Schole ‘deze gratis school’ [1789; WNT Aanv. gratuit].
Ontleend aan Latijn grātīs, samentrekking van grātiīs ‘uit goedheid, als gunst’, en dus ‘zonder dat er iets tegenover staat, kosteloos’, ablatief meervoud van grātia ‘gunst, kwijtschelding’, zie → gratie. Voor de vorm gratuit zie → gratuit.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gratis [zonder betaling] {1689} < latijn gratis [om niet, kosteloos], samengetrokken uit gratiis, 6e nv. mv. van gratia [dank(baarheid)], met de betekenis ‘voor dank’ (vgl. gratie).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gratis bijw., eerst nnl. < lat. grātīs, grātiīs, eig. abl. mv. van grātia ‘dank’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gratis bijw. bnw. Ndl. uit lat. grâtîs, gratiîs “gratis”, eigenlijk abl. mv. van grâtia “dank”. Ook elders ontleend.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

gratis. “Ndl.”, lees: “Nnl.”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gratis bijw., uit Lat. id., abl. mv. van gratia, dus = voor dank (z. gratie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

gra’tis: voor gratis (volkst.) voor niets, gratis. - Zie ook: gratuus*.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gratis (Latijn gratis)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gratis ‘zonder betaling’ -> Indonesisch gratis ‘zonder betaling’; Menadonees gratis ‘zonder betaling’; Surinaams-Javaans gratis ‘zonder betaling’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gratis zonder betaling 1689 [WNT revisie] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut