Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

graniet - (harde gesteentesoort)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Granaten

“Je haar golft als een kudde geiten (…) Je tanden zijn als witte schapen (…)”. De dichter van het bijbelboek Hooglied put zich uit in niet-alledaagse vergelijkingen om de schoonheid van zijn geliefde te beschrijven. Haar lach vergelijkt hij met een vrucht: “Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach.” De vruchten van de granaatboom bieden met hun scharlakenrode schil en donkerrode, sappige vruchtvlees inderdaad een schitterende aanblik.
De herkomst van de fruitbenaming ligt in het Latijn. De Romeinen duidden de vrucht aan met malum granatum. Malum is het Latijnse woord voor ‘appel’, en granatum komt van granum (‘korrel’). De letterlijke betekenis van granaatappel is ‘korrelige appel’ – omdat het vruchtvlees bestaat uit talrijke pitten, die eruitzien als korrels.

Graniet
Het woord granaatappel is daarmee verwant met graan, dat eveneens teruggaat op het Latijnse granum. Ook is er een link met graniet. Het stollingsgesteente werd in het Latijn ‘marmor granitum’ genoemd: ‘gekorreld marmer’, vanwege het korrelige uiterlijk, tot stand gekomen doordat de mineralen in het magma door langzame afkoeling kristallen hebben gevormd.
Granum en marmor granitum staan ook aan de basis van granita, de van oorsprong Italiaanse benaming voor een halfgevroren dessert of tussengerecht op basis van suiker, water en verschillende smaakmakers. Anders dan bij ijs worden de ingrediënten niet geroerd, maar af en toe omgeschept, waardoor de typerende korrelige kristallen ontstaan.
Op zijn beurt heeft het woord granaatappel aan de wieg gestaan van weer andere nieuwvormingen. De halfedelsteen granaat heeft zijn naam te danken aan de rode kleur, die doet denken aan de vrucht. En ook noemen we een ontplofbaar projectiel een granaat, omdat het vulsel van dit wapentuig lijkt op de pitten in de granaatappel. In het maritieme woordenboek Seeman (1681) verklaart de Leidse schoolmeester Wigardus à Winschooten de naam dan ook als volgt: “naademaal deese Vrugt veel Korrelkens heeft, die ieder in haar huisjen sijn opgeslooten, soo werden de Vuurwerken, die men Granaaten noemd, (om de gelijkheids wil) daar naa genaamd.”

Kanarie
Uit het Frans stamt het woord grenadine, de limonadesiroop die wordt gemaakt uit het sap van granaatappels: in het Frans had het Latijnse granatum de vorm grenat aangenomen. Ook de benaming grenadier heeft een Franse herkomst. Oorspronkelijk was dit een soldaat die geoefend was in het werpen van handgranaten. Grenadiers waren te herkennen aan de berenmuts die ze droegen in plaats van de gebruikelijke hoeden met rand; zo’n muts zorgde niet voor hinder bij het weggooien van de granaten. Toen handgranaten op het slagveld in onbruik raakten, nam grenadier de betekenis ‘keursoldaat van de infanterie’ aan. De naam leeft voort in het huidige legeronderdeel Garderegiment Grenadiers en Jagers.
In het Surinaams-Nederlands heeft grenadier een bijzondere betekenis ontwikkeld, namelijk die van een bepaalde soort inheemse kanarie, die in Nederland bekendstaat onder de naam cayenne-organist (Euphonia cayennensis). De krijgshaftige benaming heeft te maken met het fraaie verenkleed van het mannetje: blauw, met aan weerszijden van de borst een goudgele vlek. Die borstvlekken deden denken aan de epauletten op het uniform van de grenadiers, en zo is het diertje aan zijn Surinaamse naam gekomen.

Schelden
De uitroep duizend bommen en granaten! brengen we vooral in verband met kapitein Haddock, de temperamentvolle zeebonk uit de Kuifje-stripverhalen van de Belg Hergé. Het is de Nederlandse vertaling van het door Hergé bedachte Franse mille millions de mille sabords de tonnerre de Brest! (letterlijk: ‘duizend miljoen van duizend geschutspoorten van donder van Brest’). Haddock was in de jaren veertig echter niet de eerste die de Nederlandstalige verwensing in de mond nam. “Maar bij God, duizend bommen en granaten, ik wil niet dat zij u ter dood brengen”, staat een eeuw eerder, in 1842, te lezen in een vervolgverhaal in de Javasche Courant. Al in 1892 omschreef het Woordenboek der Nederlandsche Taal de uitroep als een “bastaardvloek”. Maar ook al was hij niet de initiator van de hartekreet, kapitein Haddock ging wel heel creatief met het bestaande materiaal om. Verspreid in de Kuifje-albums vinden we varianten als “duizend atoombommen en raketgranaten”, “duizend miljoen bliksembommen en dondergranaten”, “duizend miljard donderbomgranaten”, “duizend miljard granaatbommen en bomgranaten”. Dat is andere koek dan de tedere poëzie van het Hooglied, maar ook wie zo kan schelden, mag met recht een taalliefhebber heten.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2016), ‘Granaten’, in: Onze Taal 11, 25.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

graniet zn. ‘harde gesteentesoort’
Nnl. eerst in de samenstelling granit-steen ‘hardsteen’ [1717; Marin NF], uitbreekingen van vuurkolken ... [waardoor] Graniet- en Porfiersteenen ... zouden voortgebragt zyn [1780; WNT vuur I], dan het simplex, in graniet, de trage vrucht van 's waters zandsteenmaking [1802; WNT].
Ontleend aan Frans granit [1690; Rey] < Italiaans granito [voor 1502; DEDLI] < middeleeuws Latijn (marmor) granitum ‘gekorreld (marmer)’, een afleiding van Latijn grānum ‘korrel’, zie → graan, en zie ook → granaatappel.
Graniet is een metamorf gesteente dat zijn naam te danken heeft aan de zichtbaar aanwezige uitgekristalliseerde “korrels”.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

graniet [hard gesteente] {granit(steen) 1783} < frans granit [idem] < italiaans granito [gekorreld, graniet], eig. verl. deelw. van granire [korrelig worden], van latijn granum [korrel] (vgl. graan1, granaat).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

graniet znw. o., na Kiliaen < fra. granit < mlat. marmor granitum ‘gekorreld marmer’ (evenals granaat afgeleid van lat. granum ‘korrel’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

graniet znw., o., nog niet bij Kil. Uit fr. granit > mlat. marmor granîtum, letterlijk = “gekorreld marmer” (granitum van lat. grânum “korrel”).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

graniet. Fr. granit < it. granito. Aan dit laatste is rechtstreeks ontleend het jonge woord granito.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

graniet o., uit Fr. granit, van It. granito = korrelig, v.d. van granire = korrelig maken, afgel. van grano, Lat. granum (z. graan).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

graniet s.nw.
1. Tipe harde, korrelrige gesteente. 2. Iets wat hard of duursaam is.
Uit Ndl. graniet (1770 in bet. 1, 1814 in bet. 2).
Ndl. graniet uit Fr. granit uit It. granito, met lg. oorspr. die verlede dw. van granire 'korrelrig word' van Latyn granum 'korrel'.
D. Granit, Eng. granite.
Vgl. graan, granaat.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

graniet (Frans granit)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Graan van ’t Lat. granum = korrel, Fr. grain, waarvoor bij ons grein (apotheeksgewichtje). Van ’t zelfde granum komt granaat = appel vol korrels (Granada = het land der granaten), ook: kogel vol korrels, evenals het edelgesteente, dat in korrels voorkomt. – Ook graniet: korrelige steen, behoort hier thuis.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

graniet ‘hard gesteente’ -> Indonesisch granit ‘hard gesteente’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

graniet hard gesteente 1770 [Papillon] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut