Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grandeur - (glans, luister)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grandeur zn. ‘glans, luister’
Vnnl. grandeur ‘grootheid, grootsheid’ [1669; Meijer], dat smaakt na geen Grandeur ‘dat (spelen op een klein viooltje) heeft niets van grootsheid’ [1697; WNT kloppen I], vol genereusheid en grandeur ‘vol genereusheid en grootse waardigheid’ [1698; WNT Aanv.]; nnl. steeds meer met de connotatie ‘uiterlijk vertoon’, bijv. in grandeur, glamour en het gevoel een groot zakenman te zijn [1966; WNT Aanv.].
Ontleend aan Frans grandeur ‘waardigheid, luister’ [1640; Rey], eerder al ‘grootheid’ [12e eeuw; Rey] en ‘macht, luister (van God)’ [ca. 1120; Rey], een afleiding van Frans grand ‘groot’, ontwikkeld uit Latijn grandis ‘id.’, van onbekende herkomst.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

grandeur [groot(s)heid] {1669} < frans grandeur, van grand [groot] (vgl. grande).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

grandeur (Frans grandeur)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

grandeur groot(s)heid 1669 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal