Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

grafoloog - (handschriftkundige)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

grafologie zn. ‘handschriftkunde’
Nnl. graphologie ‘de kunst om de mensen uit hun handschrift te leren kennen’ [1886; Kramers].
Internationale term, rond 1868 en 1877 gevormd door de Franse abt Jean-Hippolyte Michon (1806-1881), uit Grieks gráphein ‘schrijven’, zie → -grafie en Grieks -logiā ‘studie, onderzoek’, zie → -logie. In het Nederlands wrsch. ontleend uit het Frans.
De grafologie houdt zich bezig met het bepalen van iemands aanleg en karaktereigenschappen door bestudering van zijn handschrift.
grafoloog zn. ‘handschriftkundige’. Nnl. grapholoog ‘schriftkundige, die uit iemands handschrift zijn karakter weet te bepalen’ [1896; Woordenschat], de grafoloog van het Gerechtelijke Laboratorium ‘forensisch schriftexpert, iemand die handschriften of handtekeningen bestudeert op overeenkomsten of echtheid’ [1998; Volkskrant].

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut