Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gracieus - (bevallig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gracieus bn. ‘bevallig’
Mnl. gracioos, gracieus ‘gunstig stemmend, innemend’ in beide liefgetal ende gracieus was ‘zowel lieftallig als innemend was’ [1265-70; CG II, Lut.K], ‘genadig’ in u graciose aenschiin ‘uw genadig aanschijn’ [1340-60; MNW-P], ‘gunstig, passend’ gracious in dien ogen der apostelen ‘passend, mooi, in de ogen der apostelen’ [1380-1400; MNW-P]; vnnl. ‘mooi’, ook zonder connotatie van gunstig stemmend of moreel passend, in een costelic hoetbant de gracioes ... was int ansien ‘een kostbaar diadeem dat mooi was om te zien’ [1508; MNW-P], gratieux [1553; van den Werve], Petronilla was seer schoon ende gratieus [1619; WNT verijdelen]; nnl. ‘fraai, bevallig’ in het gratieuse penseel van Greuse [1784; WNT], een gracieus figuurtje [ca. 1870; WNT].
Ontleend via Frans gracieux ‘vriendelijk, bevallig’ [1473; Rey], eerder al ‘gunstig, goedgunstig, goedgunstig stemmend’ [1176; Rey], aan Latijn grātiōsus ‘gedienstig, geliefd, uit gunst gedaan of verkregen’, een afleiding van grātia ‘welgevalligheid, gunst, erkentelijkheid’, zie → gratie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gracieus [bevallig] {gracioos, gratioos, gracieus 1265-1270} < frans gracieux < latijn gratiosus [welgevallig, charmant], van gratia [bevalligheid] (vgl. gratie).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gratie znw, gracieus bnw., reeds mnl. gracie v. “gunst, verlof, vrijstelling, gratificatie, dankfeest”: uit lat. grâtia, misschien deels door fr. bemiddeling, — mnl. gracioos, gracieus “minzaam, bevallig, welgevallig, genadig”: uit lat. grâtiôsus, via fr. gracieux.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gracieus (Frans gracieux)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gracieus bevallig 1265-1270 [CG Lut.K] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut