Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

graaf - (adellijke titel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

graaf zn. ‘adellijke titel’
Mnl. graf, graue, greue ‘koninklijk bestuursambtenaar, graaf’, in hertoge nog greue ‘hertog noch graaf’ [1201-25; CG II, Floyr.], onse here de graue ‘onze heer de graaf’ [1237; CG I, 31], in scrauen gewelt ‘onder zeggenschap van de graaf’ [1237; CG I, 33], Jc florens graue van holland ‘Ik, Floris, graaf van Holland’ [1267; CG I, 93], minen here Guiden graue van vlandren ‘aan mijn heer Guyde, graaf van Vlaanderen’ [1268; CG I, 125].
Wrsch. is dit woord in het Frankische gebied ontleend aan middeleeuws Latijn -grāvius ‘koninklijk bestuursambtenaar, toezichthouder’ < Grieks grapheús ‘schrijver’, zie verder → -grafie. Een Frankische graaf was oorspronkelijk een beambte met alleen uitvoerende macht, maar sinds de 6e eeuw tevens voorzitter van de mallus ‘volksvergadering, rechtsbank’ (Lex Salica). De betekenis ‘toezichthouder, bestuurder’ leeft voort in samenstellingen als → dijkgraaf ‘voorzitter van het bestuur van een waterschap’. Omdat een koninklijk bestuursambtenaar een hoge positie en dikwijls ook een titel had, ontwikkelde de betekenis zich naar ‘edelman van zekere rang’.
Os. grāƀio, mnd. greve, grave ‘graaf, leider’ (waaruit nzw. greve); ohd. grāfio, grāv(i)o (nhd. Graf ‘graaf’); ofri. grēve ‘toezichthouder, bestuurder’ (nfri. greve, greef).
Oudengels gerēfa ‘baljuw’ (in scīrgerēfa ‘sheriff, baljuw van de provincie’) is een woord van onduidelijke herkomst (< pgm. *gi-rōf-jan), waarvan niet wrsch. is dat dit hetzelfde woord is als graaf. Verband is ook ooit gesuggereerd met Gotisch gagrefts ‘(keizerlijk) bevelschrift’, dat bij een Germaans werkwoord *grēfan ‘gebieden’ zou horen, maar tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat dit woord verband houden met → griffen ‘schrijven’, dat overigens wel via het Latijn teruggaat op dezelfde Griekse wortel als graaf.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

graaf [adellijke titel] {grave 1201-1225} oudhoogduits grav(i)o, oudfries greva < middeleeuws latijn graffio, gravio [voorzitter van de koninklijke rechtbank] < byzantijns-grieks grapheus = suggrapheus [degene die tot een vergadering oproept], van suggraphein, latijn conscribere [oproepen] (grieks pateres suggegrammenoi = latijn patres conscripti), klass. grieks grapheus [secretaris], van graphein [krassen, schrijven]. Er is ook getracht ‘graaf’ af te leiden uit het germ., waarbij gewezen is op gotisch gagrefts [besluit].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

graaf 1 znw. m., mnl. grâve, grêve, os. grāƀio, ohd. grāvo, grāvio, ofri. grēve. Het mlat. -grāvius duidt de voorzitter van het koninklijke gerecht aan; het woord betekent eigenlijk ‘opzichter’ (zoals nog in dijkgraaf, pluimgraaf), vgl. nog zevenburgs grēf ‘dorpsrechter, burgemeester’, hessisch grebe ‘dorpsburgemeester’, in het dial. van Aken grīf ‘gildemeester’.

De etymologie is bezwaarlijk. Naar de bet. is te vergelijken oe. gerēfa ‘districtsopzichter’ (in scīrgerēfa ‘districtsopzichter’ > ne. sheriff), maar aangezien dit uit *gi-rōf-jan komt, laat het zich moeilijk met het westgerm. *grāf(i)an verbinden. — Leo Meyer, Got. Spr. 1869, 76 verbond de naam met got. gagrēfts ‘besluit’, dat hij van een ww. *grēfan ‘gebieden’ afleidde, maar dit is al evenzeer onverklaard. Daar deze functie echter eerst in het Frankische rijk ontstond, moet men wel denken aan een nieuw daarvoor gesmeed woord. Heeft men onder invloed van de Byzantijnse administratie het gr. grapheús ‘schrijver’ overgenomen en is -gravius daarvan een aanpassing aan het latijn der frankische klerken? (zie ook Brøndal, Substr. og Laan 176-7).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

graaf znw., mnl. grâve, grêve m. De umlautvocaal komt nog dial. (bijv. te Aalst) voor. = ohd. grâvo (nhd. graf) naast grâvio, os. *grâƀio (in lat. vorm -gravius, in samenst.), mnd. grâve naast grêve (waaruit on. greifi), ofri. grêva m. “graaf. De oorspr. bet. is “opzichter” geweest, vgl. nog dijkgraaf, pluimgraaf, ook zevenburgsch grêf ”rechter”, Akensch grîf ”gildemeester” e.dgl. Moeilijk vast te stellen is de verhouding tot het synonieme ags. gerêfa m. (nog over in eng. sheriff > ags. scîrgerêfa “districtsopzichter”). Oereng. *ʒi-rôf-jan- en oer-du.-ndl.-fri. *ʒrâf-an-, *ʒrâf-ian- kunnen niet verwant zijn. Moeten wij soms een of andere ontl. aannemen? *ʒrâf(i)an- kan met got. gagrefts v. “besluit, bevel” verwant zijn; verdere verwanten zijn dan echter niet aan te wijzen. De afl. uit gr. grapheús “schrijver” is te verwerpen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

graaf. Ags. gerêfa bestaat ook voort in eng. reeve ‘baljuw’. — De verhouding tussen de continentaal-germ. en ags. vormen is ook na Loewe’s poging tot bemiddeling (KZ. 48, 100 vlg.) niet duidelijk. — Een nieuw pleidooi voor de afl. uit gr. grapheús bij Brøndal Substr. og Laan 176 vlg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

graaf m., Mnl. grave + Ohd. grâvo en grâvio (Mhd. grâve, Nhd. graf), Ofri. gréva, On. greifi, (Zw. grefve, De. greve), Go. *grefja op te maken uit ga-grefts = bevel: misschien uit Mlat. graphio = secretaris, van Gr. gráphein (z. graven). - Ags. scír-geréfa (Eng. sheriff) kan niet verwant zijn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

graof (zn.) graaf; Vreugmiddelnederlands graf <1201-1225>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1graaf s.nw.
Adellike titel, of persoon met die titel.
Uit Ndl. graaf (Mnl. grave).
Onseker of Ndl. graaf terug te herlei is na Grieks grapheus 'skrywer' en of dit verband hou met Goties gagrêfts 'besluit, bevel'.
D. Graf, Sweeds grefve.
Vgl. Eng. sheriff.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

graaf ‘adellijke titel’ -> Engels † grave ‘adellijke titel’; Deens greve ‘adellijke titel’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds greve ‘adellijke titel’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins kreivi ‘adellijke titel’ ; Ests krahv ‘adellijke titel’ (uit Nederlands of Duits); Pools graf ‘adellijke titel’ (uit Nederlands of Duits); Negerhollands grave ‘adellijke titel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

graaf adellijke titel 1201-1225 [CG II1 Floyris] <ME Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut