Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gors - (buitendijks land)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gors 2 zn. ‘buitendijks aangeslibd land’
Mnl. Van den gorse benoorde Brouwershavene ‘inzake het buitendijkse land benoorden Brouwershaven’ [1339-45; MNW gras]; vnnl. ... bedijcken die gorsse, slijcklant ende antwerp, gelegen ... ‘dijken aanleggen om de gorzen, sliklanden en aangeslibde gronden, gelegen ...’ [ca. 1500; WNT Supp. Antwerpen], die gorssen, voor die landen gheleghen ‘de aangeslibde landen buiten de dijken’ [1534; MNW gras], gors, gars, gras, ‘gras, weide’ en gors, garse ‘groene oever van gras’ en garse (met de aantekening “Zeeuws”) ‘weiland; grasrijke vlakten op aangeslibd land’ [alle 1599; Kil.], (mv.) gorssen [eind 16e eeuw; WNT].
Waarschijnlijk hetzelfde woord als → gras, met r-metathese en dialectische klinkerontwikkeling:*gras > *gars > gors. De meeste van de oudste attestaties komen uit Zeeuwse bronnen (zo bijv. Kiliaan), en juist in Zeeland heeft nu nog een groot deel van de dialecten de vorm gors (Goeree, West-Flakkee) of gos (< *gors; Zeeuwse eilanden, westelijk Zeeuws-Vlaanderen).
Lit.: Woordenboek der Zeeuwse dialecten (1974), 283. Verspreidingskaart Zeeland: A. Weynen, Onze Taaltuin 7 (1938-39), 267

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gors2* [buitendijks land] {1339-1345} nevenvorm van gras met metathesis van r.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gors 2 znw. v. o., ‘schor’, mnl. gors ‘aangeslibd en begroeid land’ (vooral Zeeland en Zuid-Holl. eilanden), Kiliaen gors, garse (Zeeland) ‘begroeide gors, weiland langs een oever’, is een metathesis vorm van gras; in het mnl. vinden wij ook vormen als gars, gers, gaers, geers ‘gras, grasland’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gors II (schor). .Een reeds mnl., speciaal in Zeeland en langs de Zuidholl. wateren gebruikelijk woord. = gras, dat mnl. ook = “weiland, grasland” voorkomt. Kil. verstaat onder gors, garse (“Zeland.”) een met gras begroeide gors resp. weiland langs de oever.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gors 1 v. (aangeslibd land), een bijvorm van gras, dus eigenl. grasland. Verder gorzing en gorzerij.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

gors 'grasland, aangeslibd buitendijks land met gras begroeid, schor'
Onl. gers, mnl. gers, gaers, geers, gars en gors 'grasland'. Gors is een variant van gras (met metathesis van -r- en dialectische vocaalontwikkeling) en betekent 'met gras begroeid land, grasland'. Veel voorkomend toponymisch grondwoord in veldnamen ter aanduiding van een weide en vaak samengesteld met kalf, koe, etc., vergelijk 1105-1119 kopie ca. 1420 octo vaccarum pascua, quod gers vocant (bij Alkmaar)1, 1358 Koegheerse, koeyen gheerse (bij Castricum en bij Akersloot), 1600 Dat derde paert van schoegors (< des koegors, bij Assendelft)2, 1371 Verkens ghers (bij Hargen)3, 1600 calffsgors (bij Assendelft)4. In Zeeland ontwikkelde de betekenis van gors zich tot 'aangeslibd buitendijks land met gras begroeid, schor': 1348 gors ende uytlande (m.b.t. Voorne en Zeeland)5, 1352 alle 't gors, dat leecht buten dyeke (bij Biezelinge)6.
Oudste attestaties: 1125-1130 kopie ca. 1420 Comitis Fritgersa (ligging onbekend, in Zuid-Holland)7 -vergelijk 13e eeuw int fruutghers (bij Beverwijk)8, 1372 tvrijtghers9-, 1181-1210 kopie Volengers duas (ligging onbekend, op Walcheren)10, vóór 1238 pratum ... quod dicitur Mudelgers (bij De Lier)11, 13e eeuw een halves calves ghers in des abbets venne (bij Velsen).
Lit. 1Schönfeld 1950 103, 2Boekenoogen II 213, 3Idem II 178, 4Boekenoogen II 178, 5Van Mieris II 747, 6Idem II 815, 7Künzel e.a. 1989 210, 8Boekenoogen II 213, 9Boekenoogen II 213, 10Künzel e.a. 1989 372, 11Schönfeld 1950 103.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gors* buitendijks land 1339-1345 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut