Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

goor - (moerassige bosgrond)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

goor, geur zn. o.: eendenkroos. Overdr. gebruik van goor ‘slijk, vuil’, vgl. eendedrek, vorsendrek (Vandenbussche). Mnl. gore ‘slik, drek, vuil, moddersloot’, Mnd. gore, gorre, Ohd., Oe. gor < Germ. *gurwa-/*gerwa-, afl. van *gesan- ‘zieden, walmen’. Ghijsen vermeldt hier evenwel ore (ôôre) als variant, maar dat is een h-loze vorm van hore (zie i.v.), een ander woord

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

goor, zn. o.: slijk, modder, slik. Mnl. goor, gore; Vroegnnl. goor ‘palus, locus paludosus’ (Kiliaan). Mnd. gore ‘vuiligheid’, Ohd. gor, Oe. gyre ‘mest’, On. gjor ‘bezinksel’, Oe. gyrwe-fen ‘moeras’. Verwant met gier en gist.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

goor 'moerassige bosgrond'
Onl. gore 'moerassige bosgrond', mnl. goor, gore 'slijk, vuil; laagland', nnl. goor 'laaggelegen land, broekland, moeras', mnd. gore, gorre, ohd. gor, oe. gor 'vuiligheid', gyrwefen 'moeras', ono. gjör 'bezinksel, prut'.
Oudste attestatie in plaatsnamen: 1027-1054 kopie tweede helft 12e eeuw Gora, Gore (→ Goor3)1.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 152.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal