Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gomma - (tapioca)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

gom’ma (de), tapioca in de vorm van zuiver cassavemeel. Zuiver zetmeel uit de cassaveknollen wordt bereid door fijngeraspte knollen met veel water uit te spoelen en het zetmeel te laten bezinken. In Suriname bereidt men slechts op kleine schaal dit meel, dat hier als gomma bekend staat en gebruikt wordt voor het stijfselen van kleren. (Ost. 40). - Etym.: Vgl. S goma, Braz. gôma = tapioca. Oudste vindpl. Teenstra 1835 II: 262. - Samenst. gommakoek(je)*. Zie ook: tapioca*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ghomma(liedjie): – ghoema-/goema(liedjie) – , “bep. liedjies van die Kaapse Maleiers” (WAT); hou misk. verb. m. Oosterse musiekinstrumente, bv. Jav. gamelan(g), vgl. vWel VAH 65 en 314.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut