Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

goeroe - (gezaghebbend leermeester)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

goeroe zn. ‘gezaghebbend leermeester’
Nnl. goeroe ‘leermeester of onderwijzer in Nederlands-Indië’ [1864; WNT Aanv.], i.h.b. ‘inlandse godsdienstleraar in Nederlands-Indië’ [1871; WNT Aanv.], later ook algemeen ‘leermeester, gezaghebbend leider’ [1950; van Dale] en ‘Indiase leermeester of geestelijk leider’ [1970; WNT Aanv.].
Uiteindelijk gaat dit woord terug op Sanskrit gurú- ‘leraar, iemand die geëerbiedigd moet worden’, zelfstandig gebruik van gurú- ‘eerbiedwaardig, zwaar’, Indo-Europees verwant met o.a. Latijn gravis ‘zwaar’, zie → gravitatie. De ontleningen zijn niet rechtstreeks verlopen, maar via Maleis guru ‘leermeester’, Engels guru ‘geestelijk leermeester, gezaghebbend leider’, later ook in het algemeen ‘deskundige’, en Hindi guru ‘leermeester, geestelijk leider’.
Het Maleis nam het woord uit het Hindi over in de Hindoe-Javaanse periode (zie bij → garoeda) en gaf het in de koloniale tijd door aan het Nederlands. Via de Britse kolonie India werd het woord eveneens in het Engels ontleend; het kreeg later ook een algemenere betekenis ‘gezaghebbend leermeester’ [1940; OED], die ook Nederlands is geworden. Rechtstreeks uit het Hindi is het woord opnieuw ontleend in de tweede helft van de 20e eeuw, een periode waarin oosterse mystiek ook in Nederland op veel aandacht kon rekenen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

goeroe [leermeester] {1901-1925} < hindi guru [zwaar van gewicht, eerbiedwaardig, leermeester] < oudindisch guru- [eerbiedwaardig, leermeester] (> maleis guru [leermeester]).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ghoeroe s.nw.
1. Godsdiensonderwyser by die Hindoes. 2. Indonesiese leermeester in die kuns
van toordoktery of in die Moesliemse godsdiens of wet. 3. (skertsend) Onderwyser. 4. Iemand wat voortreflik is of 'n leier of kundige op sy gebied is.
In bet. 1 en 2 uit Maleis goeroe of in
bet. 1 uit Eng. guru (1613). In bet. 3 en
4 mntl. uit Eng. guru (1613 in bet. 3). Eerste optekening in Afr. by Mansvelt
(1884).
D. Guru (20ste eeu), Fr. gourou, Ndl. goeroe (1901 - 1925).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ghoeroe I: (dial. v.) “leermeester”; WAT skei ghoeroe1, “leermeester”, van ghoeroe2 (m. wv. djoeroe), “knap kêrel, onderlegde persoon”, maar vWel VAH (s.v. goeroe) en Hob-Job (s.v. gooroo) hou blb. net rekening m. Mal. goeroe uit Skt. guru in albei bet.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

goeroe [leermeester]. Javaans en Maleis = het Sanskriet guru: leermeester. In Uhlenbecks etymologisch Sanskriet-woordenboek vindt men gurú(s) = zwaar, gewichtig, eerwaardig — verder niets. In zijn Sanskrit Reader echter leidt Lanman ook de betekenis ‘leermeester’ hieruit af, als volgt: guru — 1. zwaar, 2. gewichtig, 3. eerwaardig, 4. (als substantief) degene die bij uitnemendheid eerwaardig is, namelijk de leermeester (van de heilige boeken). Men lette op het verband tussen goeroe en het Franse grave, Latijn gravis of het bary- van bariton. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

goeroe (Hindi gurū of Maleis goeroe)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

goeroe leermeester 1910 [Prick 1910] <Hindi

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut