Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

goal - (doel, doelpunt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

goal zn. ‘doel, doelpunt’
Nnl. goal ‘doel, doelpunt’ [1896; Woordenschat], het leder in de goal zetten ‘de bal in het doel schieten’ en vier goals tegen nul winnen ‘vier doelpunten tegen nul maken’ [beide 1888; Appel 1990, 22], kleine peuters staan op straat te koolsjotten, en schreeuwen om het hardst kool ‘staan op doel te schieten ... doelpunt’ [1903; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Engels goal ‘doel tussen palen bij een spel’ [1548; OED], eerder al ‘eindpunt van een race’ [1531; OED] en een geïsoleerde Middelengelse vindplaats gol ‘limiet, grens’ [voor 1333; BDE]; uit de betekenis ‘doel’ ontstond ook het resultaat van het scoren in dat doel, goal ‘doelpunt’ [1596; OED]. De herkomst van het woord is niet duidelijk. Misschien gaat het terug op een Oudengels *gāl ‘obstakel, barrière’, dat wordt gereconstrueerd op basis van het werkwoord gǣlan ‘(ver)hinderen’; een ontwikkeling van ‘barrière’ via ‘limiet’ naar ‘eindpunt, doel’ is logisch, verdere verwanten van *gāl en gǣlan zijn echter niet bekend. Ook is wel gesuggereerd dat het woord ontleend is aan Oudfrans gaule ‘paal, lat’, maar er is geen enkel bewijs dat het Engelse woord ooit ‘paal’ heeft betekend of het Oudfranse woord ooit ‘limiet, doel’ (OED).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

goal [doel(punt)] {1901-1925} < engels goal < middelengels gōl [eindstreep, grens], oudnoors gil [ravijn].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

goal (de, -s), (ook:) wicket bij bat-en-bal*. Voor dit spel heeft men een bal, een bat* en drie of vier stokjes van ca 50 cm lengte nodig. De laatste worden op enkele centimeters afstand van elkaar in de grond gestoken, zodat de bal niet tussen twee van hen door kan. Op ca 10 m afstand van de aldus gevormde ’goal’ wordt een lijn getrokken (Nekrui 23). - Etym.: Vgl. E goal = doel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

goal (Engels goal)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

goal ‘doel(punt)’ -> Indonesisch gol ‘doel(punt); succes hebben; (Bahasa Prokem) de gevangenis ingaan’; Jakartaans-Maleis gól, góól ‘doel(punt)’ (uit Nederlands of Engels); Javaans gul ‘doelpunt’; Madoerees gōl ‘doel(punt)’ (uit Nederlands of Engels); Menadonees gol ‘doel(punt)’ (uit Nederlands of Engels); Minangkabaus gol ‘doel(punt)’ (uit Nederlands of Engels); Petjoh gol ‘doel(punt)’ (uit Nederlands of Engels); Sranantongo gowl ‘doel(punt)’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

goal doel(punt) 1903 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut