Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

glottis - (stemspleet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

glottis zn. ‘stemspleet’
Nnl. glottis ‘stemspleet’ in glottis “de spleet der gorgel, die ... veel tot de stem toebrengt” [1734; Hubner], zangtoonen worden alleenlyk door de glottis geformeerd [1751; WNT Aanv.].
Internationale wetenschappelijke term, Neolatijn glottis, gebaseerd op Grieks glōttís ‘id.’, afleiding van glõtta ‘tong, taal’, zie → glos(se).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

glottis [stemspleet] {1734} < modern latijn glottis < grieks glōttis [mondstuk van een muziekinstrument, ook glottis], van glōssa (vgl. glos).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

glottis ‘stemspleet’ -> Indonesisch glotis ‘stemspleet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

glottis stemspleet 1734 [HubWes] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal