Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gloren - (glimmen, lichten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gloren ww. ‘glimmen, lichten’
Vnnl. glooren ‘verfrissen, opknappen, herstellen’ [1599; Kil.], ‘blinken, schijnen’ in de kool die helder leit te glooren ‘de (houts- of steen-)kool die helder ligt te gloeien’ [1610-20; WNT], door Hooft gezegd van de dageraad: dit aenschijn, dat gloort van majestejt [ca. 1625; WNT uitmeten]; nnl. ook ‘licht worden, beginnen te schijnen’ in een nieuwe morgen gloort [1822; WNT zorgelijk], ook overdrachtelijk ‘zich manifesteren’ toch gloorde er wel eens een sprankje hoop [1839; WNT].
Nnd. gloren ‘gloeien, zwak lichten’; me. gloren ‘glimmen, lichten’, daarna ‘aanstaren’ (ne. glore, glower ‘dreigend kijken, angstig staren’); nfri. gloarje ‘gloren’; nzw. (dial.) glora, glosa ‘glimmen, staren’; alle met rotacisme < pgm. *gluzan- ‘glimmen’. Daarnaast zonder grammatische wisseling pgm. *glusan- ‘id.’, waaruit mhd. glosen ‘gloeien, glanzen’.
Verdere etymologie onzeker. Misschien een s-afleiding van de wortel pgm. *glō- met verkorting van de stamklinker.
Een verouderd woord, behalve in enkele vaste uitdrukkingen, zoals er gloort nog hoop, en in de samenstelling ochtendgloren ‘het eerste licht van de dag, het aanbreken van de dag’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gloren* [lichten] {1611-1620} nederduits gloren, glören, fries gloarje [glinsteren], van dezelfde stam als gloeien.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gloren ww., mnl. glōren (zelden), nnd. glōren, glören, fri. gloarje ‘glinsteren, schitteren’, ne. glore ‘staren, gluren’, glower ‘donker kijken’, noorw. dial. glyra ‘ter zijde kijken, scheel zien, knipogen’, on. glyrna ‘oog’. Uit germ. *gluza naast *glusa in mhd. glosen ‘gloeien, glanzen’, nijsl. glōsa ‘stralen’, on. glys ‘glans’. — Een s-afl. van idg. *ĝhleu, waarvoor zie: gloeien.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gloren ww., mnl. glōren (zeldzaam). = ndd. gloren, glören, fri. gloarje “glinsteren, schitteren”, eng. to glore “staren, gluren”. Als de r uit z ontstaan is, vgl. dan mhd. mnd. glosen “gloeien, glinsteren”, mhd. glost, gloste v. “gloed, hitte”, on. glys o. “glinsterend voorwerp, sieraad”; buiten het Germ. ier. gluss “glans”; idg. ghlu-s- is een verlenging der basis ghlu-; zie hierover gluren; dit kan, als ’t geen jong woord is, ook van de verlengde basis ghlus- komen; of gluren en gloren van een formantische variant ghlu-r-? IJsl. glôsa “lichten, fonkelen, kijken” staat in ablaut met glas; ijsl. glôra “fonkelen”, noorw. dial. glôra “gloeien, schitteren, staren” hebben idg. r en niet s > germ. z, vgl. gr. khlōrós “groenachtig”, dat ook bij geel vermeld is. Over de idg. wortel ghel-ê- zie bij geel en gloeien. Of germ. ʒl- op idg- ĝhl-, ghl- of ghl- teruggaat, is niet uit te maken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gloren ono.w., + Ndd. id., Meng. gloren (Eng. to glore), Ofri. gloarje, On. glóra (Zw. glora, De. glore); r is afwisseling van s: vergel. het oudere gloos = glans + Mhd. glos, Eng. gloss (z. glad en gluren).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gloren ‘lichten’ -> Duits dialect gloren, glorn ‘lichten’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gloren* lichten 1611-1620 [WNT vermiljoen]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut