Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

globetrotter - (wereldreiziger)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

globetrotter zn. ‘wereldreiziger’
Nnl. globetrotter ‘wereldreiziger’ [1894; weekblad Eigen Haard, 698].
Ontleend aan Engels globe-trotter [1875; OED], een samenstelling van globe ‘wereld(bol)’, zie → globe, en trotter ‘iemand die draaft’, een afleiding van het werkwoord trot ‘draven’ [1387; BDE], ontleend aan Oudfrans troter ‘draven, lopen’ [ca. 1130; Rey] (Nieuwfrans trotter ‘id.’); troter is ontleend aan Frankisch *trotton, een intensiefvorm bij de stam van → treden.
Frankisch *trotton wordt gereconstrueerd op grond van ohd. trottōn ‘lopen, stappen’ (nhd. trotten).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

globetrotter [wereldreiziger] {1901-1925} < engels globetrotter, gevormd van globe + trotter, van to trot [draven, tippelen], verwant met treden.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

globetrotter (Engels globe trotter)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

globetrotter wereldreiziger 1903 [Prick 1903] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut