Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

globaal - (over het geheel genomen; volgens ruwe schatting)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

globaal bn. ‘over het geheel genomen; volgens ruwe schatting’
Nnl. bij eenen globalen verzameling-staat ‘op een op het geheel betrekking hebbende verzamelstaat’ [1828; WNT verzameling], eene globale verhouding ‘een grof geschatte verhouding’ [1859; WNT nanking], een globaal overzicht ‘een niet tot in details berekend overzicht’ [1860-65; WNT]; in het BN ook ‘allesomvattend’, bijv. in een globaal medisch dossier ‘een centraal bijgehouden dossier’ [2002; www.gezondheid.be].
Ontleend aan Frans global ‘over het geheel beschouwd’, eerder al ‘allesomvattend’ [1864; Rey], nog eerder als bijwoord globalement ‘allesomvattend’ [1840; Rey], een afleiding van globe in de betekenis ‘het allesomvattende geheel’, zie verder → globe. Maar het is, mede gezien de oudere datering in het Nederlands, ook heel goed mogelijk dat afleiding van globe onafhankelijk van het Frans heeft plaatsgevonden.
In het Engels vinden we al vroeg de betekenis global ‘bolvormig’ [1676; BDE]; hier is onafhankelijke verandering naar de betekenis ‘wereldwijd’ en dus ‘algemeen’ goed verdedigbaar. In de tweede helft van de 20e eeuw begint onder invloed van het Engels de betekenis ‘wereldwijd’ ook in het Nederlands te verschijnen, bijv. nationaal en globaal [1951; WNT Aanv. video]. De betekenis ‘allesomvattend’ in het BN is afkomstig uit het Frans; een globaal overzicht is ambigu, het kan zowel ‘een allesomvattend overzicht’ als ‘een grof geschetst, niet gedetailleerd overzicht’ betekenen.
globaliseren ww. ‘ruwweg voorstellen of beschouwen’. Nnl. globaliseren ‘in ruwe trekken voorstellen’ [1974; Koenen], eerder al in het afgeleide zn. globalisering ‘het in grote lijnen voorstellen’ [1970; WNT Aanv.]. Onder invloed van het Engels begint globaliseren ook in het Nederlands de betekenis ‘wereldwijd maken, in één vorm wereldwijd toepassen’ te krijgen, vooral in de afleiding globalisering.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

globaal [niet nauwkeurig] {1860-1865} < frans global, van globe (vgl. globe).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

globaal b.nw.
1. Nie noukeurig nie of by benadering. 2. Wêreldwyd.
In bet. 1 uit Ndl. globaal (1828). In bet. 2 uit Eng. global (1928).
Ndl. globaal uit Fr. global uit Latyn globus 'massa, menigte'. Globaal beteken dus lett. 'wat die massa betref' of 'in breë trekke'. Eng. global is 'n afleiding met -al van globe 'bal, sfeer'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

globaal ‘niet nauwkeurig, ruwweg’ -> Indonesisch global ‘niet nauwkeurig, ruwweg’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

globaal niet nauwkeurig 1860-1865 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut